Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
95
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1563— 1612. 95

van Jan Holstein, van wien wij weten, dat hij den post van voogd teAalten niet zonder moeite behouden kon 1). Gedurende heel den tijdvan de Anholter vendéis — dus van 1580 af — was er bij hem in huisonafgebroken inkwartiering en dat, 200 beklaagt hij zieh, terwijl zijnvrouw in die jaren negenmaal in het kinderbed kwam en den middel-baren leeftijd passeerde. Hij is de eenige beambte der heerlijkheid,die zulk een last ondervindt, en vraagt, er van ontslagen te mögenworden, nu er te Breedevoort, immers door het vertrek naar de schanste Buderich, minder manschappen zijn 2). Vier maanden later sterftplotseling de reeds eenige malen door ons aangehaalde landschrijverder heerlijkheid, Hendrik van den Bungardt. Goswin van Raesfeldt,die nog steeds te Breedevoort de belangen van de pandvrouwe waar-neemt, slaat als diens opvolger Holstein voor, in overleg met de andereaanwezige beambten en geèrfden; 00k diens vader had de beide functieslange jaren trouw en eerlijk vervuld en Johan kent 's lands instellingenen rechten nauwkeurig 3). Zoo pleit deze 00k voor zieh zelf bij Gerardi 4).De aanstelling volgt. Maar weinige dagen later wordt hij in een twistmet één der Lintelo's op Walfort gewond, waardoor hij den I4denJuni sterft. Als voogd van Aalten wordt hij opgevolgd door denvoogd van Dinxperlo, Herman Poelhuis, als landschrijver door zijnbroeder, licentiaat Adolf Holstein.

Ook Soldaten uit de schans te Buderich en uit Werth — in de heer-lijkheid immers van vroeger wèlbekend — vieren hun willekeur bot,Zoo in Meddo onder Winterswijk, in en om Breedevoort, waarbijenkele mannen, onder hen zekere Grum of Gromme, uit Winterswijkafkomstig, met name worden genoemd. De Breedevoortsche soldatenwillen hun voorbeeld volgen en verklaren dat zij, in geval van niet-uitbetaling, van plan zijn dagelijks op roof uit te gaan 5). Dan be-klaagt de Groenlosche luitenant zieh weder 6).

Een oproep van Verdugo, die alle goedgeoefende manschappen gold,welke te Anholt en Breedevoort gemist konden worden, op i FebruariT589, om zijn positie op de Veluwe te helpen verdedigen 7), maaktebovendien, dat de toch reeds niet overmachtige Staatsche troepente onbeschroomder hun eischen konden stellen. Joost van Crouwel,ontvanger der contributie te Doesburg, waarschuwt, dat er aldus van

1) Zie boven, blz. 82.

2) Holstein aan Gerardi, 29 Jan. 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S,Arch.

3) Raesfeldt aan Gertrud, 30 Mei 1589, orig., Akten Breedevoort no. 27, F. S.-S. Arch.

4) Holstein aan Gerardi, 31 Mei 1589, orig., Akten Breedevoort no. 27, F. S.-S. Arch.

5) Marckeloeff aan Gertrud, 27 Juli 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F.S.-S. Arch.

6) Van Basten aan Gertrud, 20 Mei; Marckeloeff aan dez., 16 Aug.; de luitenant teGroenlo aan Marckeloeff 19 Aug.; dez. aan Gertrud, 3 Nov.; Marckeloeff aan Gertrud,8 Juni en 21 Aug. 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.

7) Verdugo aan Gertrud, 1 Febr. 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S.Arch.