Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Einzelbild herunterladen
 

L OVERZICHT DER LOTSWISSELINGEN VANBREEDEVOORT VOOR 1562.

Als Slichtenhorst in zijn „Tooneel des Lands van Gelder" het stukjegrensgebied, uit welks geschiedenis wij ons voorstellen een kleine, maarveelbewogen période in het licht te stellen, karakteriseert als „een amptop zijn eigen hand", dan heeft de schrijver daarbij zeker het oog gehadop de min of meer afgezonderde positie, welke dit gebied destijds (1654)zoowel als vele tientallen jaren daarvóór te midden der overige Gelder-sche drostambten en heerlijkheden ingenomen heeft.

Ofschoon reeds in 1246 gedeeltelijk, doch nog allerminst vast, maarin 1326 na een langdurigen, vinnigen strijd met den Munsterschenbisschop eindelijk meer definitief in het Geldersche verband gebracht,was het tot 1612 — toen het aan prins Maurits kwam — langen tijdaan uitheemsche graven in pandschap uitgegeven en in justitieele zoo-wel als fiscale aangelegenheden geheel aan het eigen bestuur diervreemde landsheeren onderworpen.

Gelegen in de sfeer, waar de Geldersche en Munstersche machts-centra elkander begeerig naderden, moesten zijn lotgevallen wel zeeronder den invloed daarvan geraken, terwijl de weliswaar Sterke, dochnederige veste daardoor een veel grootere beteekenis verkreeg, dan uithare ligging in een overigens onbelangrijk gebied voortvloeien kon.

In de i2de eeuw, als uit de beschikbare oorkonden de grenzen enverhoudingen zieh eenigszins beginnen af te teekenen, vinden wij hetkerspelcomplex, waaruit later het ambt en de heerlijkheid Breedevoortbestaan zal — n.l. ongeveer de tegenwoordige gemeenten Aalten (metBreedevoort), Winterswijk en Dinxperlo — nog als deel van eengrooter gebied, waarover de heeren van Lohn hun grafelijk gezaguitoefenen. Het is het z.g. graafschap Lohn, waartoe oorspronkelijk,behalve de daareven genoemde plaatsen en de Westfaalsche stadjesStadt- en Südlohn, 00k nog de thans Geldersche kerspelen Varsseveld(met Silvolde), Zelhem en Hengelo, alsmede het gebied van Borculo(Eibergen, Neede, Geesteren en Groenlo) behoord schijnen te hebben 1).Maar aan een volkomen homogeen graafschap schijnt daarbij niet

1) Zie Martens van Sevenhoven, Bijdrage tot de geschiedenis der Heeren en deHeerlijkheid van Wisch, Bijdr. en Meded. van Gelre, dl. XXXIII, biz. 84, alsook GelreXXI, biz. 2.