94 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
te Dinxperlo sloegen ze bij een dergelijken overval dood en nameneen ander gevangen i).
Ten slotte is in dit najaar een vrij duistere geschiedenis van eensamenwerking met de Munsterschen merkwaardig, die echter eindigtmet de overmacht van de Staatschen, die uit het stift wel 2000 stuksvee rooven 2). Ook te Breedevoort is men dan goed voorzien vanproviand, zoodat de pandvrouwe, als zij terugkeert naar Anholt, wel5 of 6 wagens voor het proviand en nog 3 voor hare verdere bagagenoodig heeft met een sterk convooi, want zij vreest de Geuzen onderwegzeer 3). Stadtlohn, waarheen vele Winterswijkers met hun bezittingenzijn gevlucht, moet het in November ontgelden; Bario bij Aaltenlijdt in December nogmaals, maar nu weder van de Soldaten vanButbergen uit Groenlo, die zieh wreken wegens invallen van die vanBreedevoort in hun kwartier; ze gaan „niet anders dan de ruiters vanLacolle te keer" 4). Daar is echter niets tegen te doen. Een langereeks klachten, ook tegen de Anholter Soldaten, is hieraan toe te voegen 5),vermeerderd met klachten tegen de Breedevoortsche 6), zoodat erernstig verzet ontstaat, wanneer de pandvrouwe om bijdragen voorde soldij verzoekt; men wordt woordenrijk bij het afschilderen vande armoede der uitgemergelde onderdanen 7), Een nietig voordeelis de gevangenneming van den molenaar van Doesburg op Breedevoort,die 250 thaler rantsoen geeft, van welk bedrag de pandvrouwe haaraandeel zal hebben, dat de drost echter meteen als voorschot ver-zoekt 8). Dit teekent den toestand. Er zijn er meer, die, als de drost,persoonlijk in zorgen geraken. Zoo Johan Hyinck, die op het hofgoedHyinck in het Woold onder Winterswijk woont: in 1584 werd hijte Doetinchem gevangen gemaakt en betaalde hij 650 thaler rantsoen;kort daarop werd hem alle vee ontstolen; in 1587 haalden de ruitersvan Lacolle hem bijna alle koren en hooi weg; daarna stierven in 1588aan de pest zijn vrouw, moeder, zuster en vier kleine kinder en; zoowordt hij genoodzaakt om vergunning aan de pandvrouwe te vragenom nog 350 thaler hypotheek op zijn goederen — vroeger reeds 100 —te mögen opnemen 9). Tragisch is ook het einde van de geschiedenis
1) Gertrud aan Gerardi, Breedevoort 16 Aug. 1588, orig., Bronckh. Korresp. No. 37,F. S.-S. Arch.
2) De landschrijver aan Gerardi, 28 Oct., de drost aan Gertrud 29 Oct., Oswald vanden Boetzeler aan Gertrud, 30 Oct. 1588, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.
3) Boven, biz. 92, aanm. 4.
4) De landschrijver aan Gerardi, 13 Nov.; Holstein aan Gertrud 13 Dec. 1588, 18Maart 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.
5) Holstein aan Gertrud, 26 Febr. 1589, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S.Arch.
6) Ingezetenen van Breedevoort aan Gertrud, eind Maart 1589, orig., Kriegsaktenno. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.
7) Holstein aan Gertrud, 17,18, 23 Mei (met bijlage der „schemele und gantz verdorveneingesetene huisluide und underthenige van Aalten und Dinxperle"), orig. Kriegsaktenno. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.
8) Marckeloeff aan Gertrud, 28 April 1589, orig., Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
9) Hyinck aan Gertrud, 14 Maart 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.