Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Einzelbild herunterladen
 

Toen wij in den zomer van het jaar 1924, ieder met eigen Studie-objecten, samen van Winterswijk uit het Vorstelijk Archief te Anholtbezochten, had de secretaris aldaar, de heer Karl Stevens, behalve dathij ons hielp aan wat wij pochten, de vriendelijkheid, onze aandacht tevestigen op de vele andere documenten, die het Archief rijk is en dieop onze woonplaats Winterswijk, in vroegere eeuwen deel uitmakendevan de heerlijkheid Breedevoort, betrekking hebben. Meer dan eenigander tijdvak was in dit opzicht de halve eeuw van 1562 tot 1612 ver-tegenwoordigd, gedurende welke jaren de Anholter heeren van Bronck-horst-Batenburg de genoemde heerlijkheid in pandschap bezaten. Zoo-dra wij onder meer enkele stukken uit het jaar 1572, toen de vestingBreedevoort voor den Prins van Oranje door Willem van den Berghop zijn veldtocht längs den IJssel in bezit genomen werd, onder oogenkregen, werd het ons duidelijk, dat het de moeite overwaard was, onsin deze gegevens, die, als wij ons niet zeer bedriegen, in ons land weinigbekend zijn, te verdiepen.

Uit een oogpunt van locale historie begonnen, verkreeg onze Studiegaandeweg algemeener karakter. Het was ons nu niet alleen meer omde plaatselijke geschiedenis van Breedevoort, de dorpen en landendaartoe behoorende, te doen, maar om de politieke en krijgshistorischelotgevallen van het gebied in zijn geheel gedurende de genoemde jaren,dus ongeveer van het begin van den Tachtigjarigen Oorlog tot hetTwaalfjarig Bestand. Waar het landvolk in den Achterhoek in veelgrootere mate slachtoffer van den oorlog is geweest, dan dat het er aanmededeed of met een bepaalde keuze voor den dag kwam, moest hetmeeste licht vallen op de politieke gezindheid van de personen derpanders, tevens bannerheeren van Baer, Dietrich van Bronckhorst-Batenburg, zijn zoon Jakob en diens gemalin, spoedig zijn weduwe,Gertrud von Milendonck. Het zal den lezer duidelijk worden, dat onsonderzoek een geheel ander beeld van hun politieke houding en sym-pathieën te voorschijn bracht, dan tot hiertoe in het algemeen bij onzehistorieschrijvers heett gegolden. Dat dit getrouwere beeld alleen getee-kend kon worden met behulp van een menigte trekken, aan allerleikleine bijzonderheden ontleend, en dat het zijn kleur en relief, zijn be-grijpelijkheid, maar 00k soms blaam, ontvangen moest uit de zeer talrijkedétails, die de oorlogsgeschiedenis in die grensstreken biedt, zal nie-mand, die zieh wel eens met de gebeurtenissen van deze tijden heeftbeziggehouden, verwonderen; möge de lezing hiervan niet te zeer ver-moeien.

Aangemoedigd werden wij bij ons werk vooreerst door de voor-komendheid, waarmede wij evenals anderen op het Archief van Zijne