V. VAN DE BEVRIJDING VAN BREEDEVOORT TOTDAT ANHOLT DE SPAANSCHE ZIJDE KIEST.
De inval der Geusen van 1572 eindigt met de herovering van alde genomen plaatsen 1) door Don Frederic, Hierges met zijn zoonen den jongen graaf van Megen. Doesburg en Lochern verdroegenzieh dadelijk met de Spaanschen; Zutphen werd belegerd, gruwelijkgeplunderd en uitgemoord den i6den November; den i5den vluchtteWillem van den Bergh 2) uit Kampen naar Bremen. Eenige hulp werdden heroveraars geboden door hertog Erik van Brunswijk, die vande Oostelijke grens, gelegerd onder Südlohn, de Graafschap bedreigten Dietrich van Bronckhorst met een of meer anderen, die de localegesteldheid van Breedevoort goed kenden, zelfs tot zieh dürft ont-bieden 3). Maar de oude Anholter weet zieh 00k nu wel te veront-schuldigen; hij gevoelt zieh niet wel genoeg om in de heerschendekoude naar Südlohn te reizen; zelfs als hij te Werth ontboden was,zou hij niet gekund hebben; en de tijd, die hem gelaten werd, was00k te kort. Personen, die den hertog zouden kunnen inlichten overde vesting Breedevoort, stonden hem thans niet ten dienste 4). Maarondertusschen had hij den bewoners van Breedevoort toch gebodendat men, als er mogelijk Spaansche Soldaten voor de poort kwamen,deze binnen moest laten; en wanneer de Geuzen-soldaten, die er noggelegerd waren, de burgers daarin verhinderen mochten, dan moestmen dit vooral den Spaanschen bevelhebbers te verstaan geven enlaten uitkomen, dat — het klinkt meer politiek dan naïef — „indienwij maar geweten hadden, dat destijds de openstelling van huis en
1) Zie de opgave dezer plaatsen achter den brief van den Prins aan Jan van Nassauuit Essen, 7 Juli 1572, Groen, Archives, t. Ill, n. CCCLXXVI. Hoe siecht het er voor deSpanjaarden uitzag in deze streek, in het bijzonder tusschen Deventer en Lingen, schrijftschilderachtig Adolf hertog van Holstein aan Alva, uit Deventer, 18 Aug. 1573, ib., n.CCCLXXXIV.
2) Hoewel de Prins op 't punt stond te hulp te komen en het aan aanmoedigende brievenniet had laten ontbreken en (dit is het ergste) de graaf „nochtans weynich dagen te vorengeschreven hadde wt Campen dat hy wel gemoet was om den Vyant te resisteren". Zijnvlucht beteekende 't verlies van alles. Bor, uitg. 1601, fol. 148V.
3) Dietrich aan Brunswijk, 27 Oct. 1572, Abschriebung S. 90 I; Brunswijk aanDietrich, ib. S. 93V. Over de herovering vindt men vrij veel brieven in de Corr. v. h.Hof met d. hooge Overh., R. A. Arnhem. Breedevoort wordt daarin echter niet genoemd;00k Brunswijk niet.
4) 18 Nov. 1573, Abschriebung, S. 94, F. S.-S. Arch.