IV. DE INNEMING VAN BREEDEVOORT DOORDE GEUZEN IN 1572.
De eerste période van tien jaren van het Anholter pandschap overBreedevoort wordt beheerscht door de troebelen, die aan den tachtig-jarigen oorlog voorafgingen, en besloten door de inneming in het jaar1572 door Graaf Willem van den Bergh op zijn tocht om de IJsselstedenvoor den Prins te veroveren, gevolgd door zijn vlucht, toen DonFrederik verscheen, die de veroveringen weder ongedaan maakte enhet schrikkelijk bloedbad te Zutphen aanrichtte.
Sprekende over den veldtocht van Van den Bergh verhaalt VanVloten, dat de Geusen zeer belemmerd zijn geweest door gémis vangrof geschut. „Naar Zutfen kwamen zij met een enkel stuk en vondendaar weinig of niets; op 't kasteel te Breêvoort, van 'twelk de heervan Anholt, de met de Geuzen heulende Dirk van Bronkhorst enBatenburg, pander was, en dat hun door diens drost en slotvoogd,Jan van Broickhuysen, den 2oen Juny werd overgegeven, werden zij vijfof zes veldstukken meester, die zij van daar naar Zutfen vervoerden" 1).Fruin veronderstelde terecht, dat Van Vloten deze bijzonderheid uiteen ongedrukte bron, aan hem onbekend, moest hebben geput 2). „Metgroóte inspanning," zegt Fruin zelf, „houdt de Prins" — in 1570 —„een legertje bijeen om de IJsselsteden, als ze veroverd zullen zijn, tebehouden. Bij voorbaat zorgt hij 00k reeds voor gouverneurs dier steden.Zijn zwager, graaf van den Bergh, belast zieh op zijn verzoek methet commando in Zutphen en in de gansche Graafschap, en Merode,heer van Rummen (later in 1572 als gouverneur van Mechelen vermaardgeworden) met dat van Deventer en Kampen." Dan melden zieh ermeer; o. a. Lumey. „Een ander groot heer van Gelderschen adel, dieinsgelijks mee wil doen en van wien de Prins maar half gediend schijntte zijn, komt in de briefwisseling herhaaldelijk voor, doch slechts onderden schuilnaam van Adriaen Cornelissen; ik meen in hem jonker Dirkvan Bronckhorst en Batenburg, heer van Nedermormter, te herkennen,dezelfde die, in 1572 met commissie van den graaf van den Bergh als
1) J. van Vloten, Nederlands opstand tegen Spanje in zijn eerste ontwikkeling en voort-gang (157a —1575). Haarlem 1858, biz. 43; Gelre, Bijdr. VIII, biz. 112.
2) R. Fruin, De tachtigjarige oorlog, 's-Gravenhage 1909, II, biz. 83, aant.