III. DE NIEUWE PANDHEER.
Dietrich (IV) van Bronckhorst-Batenburg i), heer te Anholt,Rönne, Moyland en Asseln en sedert het voorjaar 1562 tevens banner -heer van Baer en Lathem (Lathum a. d. IJsel), daar hij deze heerlijk-heden benevens den Arnhemmer — nadien Anholter — toi 2) voor74000 Karolusgulden van Lamoraal graaf van Egmond had over-genomen, had den 58-jarigen leeftijd bereikt, toen hij nog in hetzelfdejaar 1562 zijn titulatuur met „pandheer van Breedevoort" vermochtuit te breiden. Hij was den 12 Februari 1548 gehuwd met Elisabethvan Noyelles, dochter van Wilhelm van Noyelles en Magdalena gravinvan Culemborg. Zij ontviel hem door den dood reeds den 3istenDecember 1558. Dietrich overleed eveneens te Anholt, waar hij 00kgeboren was, den gden Januari 1586. Uit dit huwelijk stamden driekinderen, n.l. twee dochters en één zoon: Jakob (II) van Bronckhorst-Batenburg, geboren einde 1553, die, strijdende aan Spaansche zijde,voor Lochern den 2isten September 1582 zwaar werd gewond enden volgenden dag op het kasteel Breedevoort, waarheen hij vervoerdwas, stierf. Den 24sten d. a. v. werd hij te Anholt bijgezet. Hij was13 Mei 1576 gehuwd met Gertrud von Milendonck und Drachenfels,oudste dochter van Dietrich van Milendonck en Theodora van Bronck-horst-Gronsveld. Zij stierf 23 November 1612. Behalve één dochter,kwamen uit dit huwelijk twee zoons voort, waarvan de jongste, JohanJacob (f 1630) veldmaarschalk van den keizer is geweest; de oudstewas Dietrich (V), die zijn vader in al diens waardigheden opvolgdeen den iöden Juni 1649 overleed. Deze beide breeders werden doorkeizer Ferdinand II tot „Graf zu Anholt" verheven, den i4en September1621. Dietrich huwde twee maal met gravinnen von Immerseel undBokhoven, nichten. Uit het tweede huwelijk werd in 1624 Maria Annageboren, die in 1641 huwde met Leopold Philipp Karl, Fürst zu Salm,Wild- und Rheingraf. Maria overleed in 1661 en met haar stierf derechte lijn der Bronckhorsten te Anholt uit. Opvolgster is de vorstelijkefamilie zu Salm-Salm tot op den huidigen dag.
Uit het bovenstaande blijkt, dat wij met een tak van het huis Bronck-
1) Bijlage I.
2) De geschiedenis van dezen toi is volledig beschreven door Dr. Adelheid Scheidt,Der Anholter Rhein- und Isselzoll bei Arnhem, Gelre, XXVIII, Arnhem 1925, blz. 1—50.