VIL HET BEGIN DER REGEERING VAN GERTRUDVON MILENDONCK, WEDUWE, TE ANHOLT.
Na den dood van Jakob van Bronckhorst-Batenburg is het de moei-lijke taak van zijn vader, die nog steeds te Rees verblijf houdt, omnu zelf weder de belangen zoowel van zijn pandheerlijkheid als vanAnholt te helpen behartigen ten bate van zijn schoondochter en klein-kinderen. In een memoriaal, dat misschien gediend heeft bij eeneconferentie met Parma's regeering, vestigt hij allereerst de aandachtop de noodzakelijkheid om de vestingen Anholt en Breedevoort in hetbelang van den Koning — dan behoefde hij zijn eigen belang niette noemen — duurzaam te bereiten, en op den plicht van den graafvan Mansfeld en den veldoverste Verdugo, om deze bezetting be-hoorlijk te bezoldigen, zoodat niet de in woners der heerlijkheden wederhet slachtoffer worden. Dietrich wil gaarne den kapitein Veronici, doorParma reeds bij zijn zoon aanbevolen, als bevelhebber dezer troepenaanvaarden, mits zijn heerlijke rechten daardoor niet verkort wordenen deze kapitein werkelijk handelt in het belang van den onmon-digen kleinzoon van Dietrich, thans oudsten zoon te Anholt. Ten slotteverklaart Dietrich, dat hij den eed als bannerheer den Koning getrouwZal houden, gelijk zijn zoon de trouw aan den Koning met opofferingvan zijn leven bewezen heeft, en spreekt hij de hoop uit, dat de Koningdit hem en Jakobs kinderen vergelden zal i).
Terstond, reeds 28 September 1582, wendt Dietrich zieh tot Verdugomet hetzelfde verzoek omirent Anholt en Breedevoort, in een schrijven,waarin hij zichzelf een oud en krachteloos man noemt, die de weduwevan zijn zoon feitelijk niet meer helpen kan 2).
De pastoor van het onder de heerlijkheid Breedevoort gelegenWinterswijk is in het begin van 1583 gijzelaar voor contributiegeldenuit dat dorp, meer in het bijzonder de buurschap Meddeho, die doorden graaf van den Bergh worden gevorderd 3). Dergelijke voorvallen
1) Copie, Kriegsakten No. 256, Bd. V, F. S.-S. Arch. Voor den krijgstoestandna den val van Lochern, zie missive van A. van Boeynenborch aan het Hof, 27 Sept.1582, Corresp. van het Hof met het kw. v. Zutphen, no. 6014, R. A. Arnhem, en overden aldaar genoemden Wüdenborch J. B. Snelting, Joost graaf van Limburg-Stirum,Gelre VII, 1904, blz. 236, en bov., blz. 73 aant. 10.
2) Concept, Kriegsakten no. 256, Bd. V, F. S.-S. Arch.
3) Drost Marckeloeff aan Gertrud von Milendonck, 27 Febr. 1583, orig. Kriegsaktenno. 256, Bd. V, F. S.-S. Arch.