Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
96
Einzelbild herunterladen
 

9 6 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

de regeling door het Hof i) niets terecht komt 2); de voogd van Aaltenen Dinxperlo doet hetzelfde beklag 3). Tweeduizend man voet- enpaardenvolk trokken door Aalten naar het Munstersche, voorzien vangereedschap als voor een belegering, zooals bleek naar Lingen, waar-tegen Frederik van den Bergh, die te Groenlo commandeert, niets doenkan 4). Andere Staatsche Soldaten uit het Doetinchemsche garnizoen,rooven wat zij willen onder Winterswijk weg en brengen dat in hetKleefsche, o. m. te Zevenaar, in veiligheid 5). Nietig is weder, watmen te Breedevoort aan zulke roovers wist te ontnemen: eenige koeien,die 54 thaler opbrachten 6). Omgekeerd wordt door de Anholter vendéisweer in het Kleefsche geplunderd, waarop de regeering een dreigendschrijven rieht aan de pandvrouwe 7).

Groóte ergernis moet bij Gertrud von Milendonck een mededeelingvan den ridder Cigoigne gewekt hebben, die als „general van alledie contribution deser Nederlanden van wegen die hoechheyt deshertogen van Parma" aan Johan van Lamsweerde opdraagt, de con-tributie uit de heerlijkheid Breedevoort in te halen. Dat is in strijdmet de pandverschrijving. Ook Verdugo heeft immers van het heffenvan contributie om deze reden afgezien. „De vijand" — de Staatscheweermacht — „eet bovendien dagelijks de vruchten van het zweetder onderdanen en drinkt hun bloed"; als er nog wat overschoot,zou dat in dezen tijd meer dan noodig zijn voor de voorziening vanBreedevoort met munitie en proviand 8). Terstond wordt een bodeom tusschenkomst naar Parma afgezonden. AI möge deze bewilligdhebben, de samentrekking van het leger van Verdugo komt dan spoedigtoch weder op de oude wijze voor rekening van een groot deel derheerlijkheid. Begin 1590 is Verdugo zelf op het kasteel 9), daarnate Groenlo. Ruiters onder Blanckemeyer nestelen zieh in Winterswijk 10),met het oog op de Staatschen, die uit Groningerland naar Steenwijkgekomen zijn en den oostelijken gordelvan Spaansche vestingen wellichtzullen aantasten. In de buurschap Corle, ten N.W. van Winterswijk,geraken de boeren eenvoudig slaags met Soldaten uit Groenlo, maar

1) Zie boven, biz. 93, aanm. 1.

2) Crouwel aan het Hof, 18 Jan. 1589, Corresp. van het Hof met het kw. v. Zutphen,no. 6374, R. A. Arnhem.

3) Aan het Hof, 9 Maart 1589, Corresp. van het Hof met het kw. v. Zutphen, no. 6404,R. A. Arnhem.

4) Marckeloeff aan Gertrud, 28 Febr.; dez. aan Gerardi, 9 Maart 1589, orig., Kriegs-akten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.

5) Van Basten aan Gerardi, 12 Mei 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F.S.-S. Arch.

6) Melchior Braun aan Gertrud, 15 Juli 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.

7) 14 Nov. 1589, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.

8) Lamsweerde aan de huysluyden van Aelten, 29 Aug., orig., en Gertrud aan?, conc,29 Aug. 1589, Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.

9) Bijlage LIV.

10) Van Basten aan Gertrud, 18 Jan.; Butbergen (Caspar van Boetberch) aan Van Basten,24 Jan. 1590, Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.