IX. DE VEROVERING VAN BREEDEVOORT DOORPRINS MAURITS EN DE CONFISCATIE.
Terwijl de oorlogskansen tegen Spanje in de eerste plaats door deSpaansche verliezen ter gee en daarna door de totstandkoming vanhet Drievoudig Verbond in 1596 voor de Republiek steeds gunstigerwerden, was in den Achterhoek en in Twente, immers aan de Duitschezijde van den Oostelijken vestingkring, die in handen van den Spanjaardwas, gelegen, nog weinig veranderd. Het volgende jaar, ingezet doorMaurits' beroemde overwinning bij Turnhout (Januari 1597), zoudaar verlossing brengen, met name ook voor Breedevoort.
Bittere Machten van de oude soort en, door de langdurigheid vanden oorlogstoestand, ten slotte ook van zeer persoonlijken aard, zettenhet jaar in. Wat eerstbedoelde klachten betreft, het vendel van hopmanAdriaan van Rossum was weder uit Breedevoort vertrokken, maardoor het vendel van hopman Gardot vervangen, dat de inwonersveel meer plaagt, dan het eerste 1). Men bedenke, dat dit vendeler ligt boven en behalve het oorspronkelijke „Anholtsche" onder denluitenant Gisbert van Broickhuysen. Een compagnie, behoorende tothet leger van Hendrik van den Bergh, trok even daarna door Winterswijk,van welk dorp de wachtmeester Peter Kruming een flinke leverantievan hooi en stroo vraagt 2). Dit ongeluk kwam weder in zooverre nietalleen, dat de Gedeputeerden der Graafschap hunnerzijds, evenals vóórenkele jaren, een even groóte som opeischten van het graafschap Bergh,de heerlijkheden Wisch en Anholt, het ambt Breedevoort en de bannerijBaer, als, naar zij vernomen hadden, door de Grolsche besetting ge-vorderd was, t. w. 2000 gulden. Anholt zelf werd voor 124 guldenaangeslagen, en alleen als de Spaanschen — de macht van Johan vanStimm — er de helft af deden, wilden de Gedeputeerden ook met dehelft tevreden zijn 3).
Zeer persoonlijk is de bekentenis, die vrouwe Gertrud doet in eenschrijven aan haar beide zoontjes, Dietrich en Hans Jakob, die,Zooais wij boven 4) zagen, te Douai in Bourgondië ter schole waren.
1) Gerardi aan Gertrud, 4 Maart 1597, orig., Bronkh. Korresp., no. 28, F. S.-S. Arch.
2) Vockink aan Gertrud, 27 April 1597, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. XI (met bijl.),F. S.-S. Arch.
3) Gedeputeerden aan Officier (drost en richter) en huislieden van Anholt, 6 Juni 1597,orig., en 17 Juni 1597, gewaarm. afschrift, Kriegsakten no. 256, Bd. XI, F. S.-S. Arch.
4) Boven, blz. 103.