Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
93
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 93

gepakt en te Breedevoort bewaakt. Deze vier mannen hebben heelwat schuld tegenover verschillende onderdanen van de heerlijkheid.Talrijke brieven en besprekingen volgen nu over de vraag, wie oor-deelen moet: Robledo of diens chef Verdugo, ôf de pandvrouwe,en over de vraag, of men gelegenheid tot loskooping zal schenken.Voorspraak voor Teuws wordt bij Gertrud gedaan door Margarethavan Broickhuysen, die hem van inkwartiering in haar huis te Breede-voort kent; door Reinhard von Raesfeldt zum Roemberg, drost teBorculo. Ostendorf en Antonis worden door Robledo vrijgelaten onderbelofte, niet meer dienst te zullen nemen, noch onder Verdugo, nochtegen den Koning. Het einde van deze kleine geschiedenis is, dat teBreedevoort recht gedaan wordt aan Teuws en zijn knecht, waarbijhun het leven en de vrijheid gelaten worden tegen geld en goedebeloften 1).

Afzonderlijk te noemen is, behalve een diefstal van op twee stuksna al het vee van het goed Lintelo onder Aalten op 15 Augustus doorde „Geuzen", een inval van de eigen Anholter Soldaten onder Iserlo(Aalten), met hulp van den Aaltenaar Lubbert Eskinck 2), en eenroof op het goed Waliën 3) onder Winterswijk. Dit kasteel werd be-woond door Jacob van Munster, die echter 00k te Vreden verblijfhoudt. In de voorafgaande jaren heeft hij reeds veel van zieh doenspreken4). Thans is hij weder het slachtoffer: den i5den Augustuskwamen de Geuzen op Waliën, waar Jacob juist den vorigen dag wasaangekomen. Terwijl hij nog te bed lag, werd hem alles ontstolen,tot zijn jas en broek toe, zoodat hij en neglige naar Vreden kon terug-keeren. Nog mocht hij van geluk spreken: den broeder van den voogd

1) Het vonnis, zie bijlage LH; overigens brieven van 12, 18, 25 Maart, 2, 5, 7,10, 11 April, 24, 28 Mei, 29 Juni 1588, alle orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIH, F.S.-S. Arch.; uit deze stukken blijkt 00k, dat de Winterswijkers Dirk Lebbinck en WillemOnnekinck schulden hebben aan het garnizoen te Doetinchem, die zij persoonlijk nietwillen voldoen, en dat om hunnentwil een bode uit Winterswijk bij den provoost gevangengehouden wordt. Het Hof van Gelderland gelast den Soldaten, zieh van stelen te onthoudenen regelt de contributie, 28 Aug. en 6 Sept. 1588, Corresp. v. h. Hof met het kw. v. Zutphen,no. 6326 en 6335, R. A. Arnhem.

2) Gertrud aan Gerardi, 8 Oct. 1588, orig., Bronckh. Korresp., no. 27, F. S.-S. Arch.

3) B. Stegeman, Het oude kerspel Winterswijk, Zutphen 1927, biz. 71 w.; boven, biz. 17.

4) Wij herhalen hier niet hetgeen in den vorm van uitvoerige uittreksels uit het F.S.-S. Arch, door Stegeman, a. w., biz. 76-81 is medegedeeld; de aldaar aangehaalde briefaan Gertrud van 30 Jan. 1584 is te vinden in orig., Bronckh. Korresp. no. 24, die vanVan Munster van 8 Juli 1585 in orig., Akten Breedevoort no. 8 ; F. S.-S. Arch; zie 00kboven, biz. 90, aanm. 3; toe te voegen onze bijlage LUI. De strijd tusschen Jacob vanMunster en Goswin van Raesfeldt Staat op zieh zelf, naast het feit, door een schrijvenmet onleesbare handteekening aan Gertrud von Milendonck herinnerd, dat Jacob aanStaatsche zijde gestreden heeft. In dit stuk, uit Breedevoort, 1 Aug. 1586 (orig., AktenBreedevoort no. 8) wordt de pandvrouwe gewaarschuwd dat, nu Sontag van Munster,van den Koning het huis Krechting in leen heeft, zijn broeder Jacob moeite zal doen,het te verkrijgen. Maar wijlen Jakob van Bronckhorst had dit goed altijd reeds begeerd;en nu Jacob van Munster nog steeds niet van 's Konings zijde gereconcilieerd is, biedtzieh een goede gelegenheid, het voor de erven van den Anholter als recompens in leen teverkrijgen; „want wanneer Taxis of anderen dit vernemen, zullen zij zeker niet aarzelen.Daarom houd ik het voor geraden, u mijn meening terstond te laten weten, want de verraderslaapt niet".