Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
88
Einzelbild herunterladen
 

88 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

werd aldus gewroken en tevens werden zoo de Soldaten te Breedevoortaan werk en soldij geholpen i). Terwijl de ruiters van Breedevoortafwezig zijn, opgeroepen door Verdugo voor de belegering van Neussen daarna van Rijnberk, volgen een zevental „Geuzen" het voorbeeldvan 't Spaansche vendel en plünderen hunnerzijds onder Aalten. Veeen paarden worden medegenomen, de tarwe — het is September — kanmen niet oogsten. Weder maken de eigen manschappen het even ergof erger dan de vijanden, want hun betaling is ver ten achteren. Dedrost wil vooral gaarne de ruiters weder te Breedevoort terug hebben,want dezen kunnen de boeren beschermen bij den bouw; het voet-volk kan gemist worden 2) ! Tot onder Bocholt zwermen ze wederuit 3), en vragen daarop aan den krijgscommissaris Peter de Monteom hun soldij, die vijf weken achterstallig is. Een ongevraagd advies,hoe eenige orde te verkrijgen in dezen uiterst schadelijken toestand,ontvangt Gertrud van Goswin van Raesfeldt, die als stadhouder teAnholt is afgetreden en thans te Breedevoort vertoeft. Hij raadt haar,deze belangen aan haar broeder Johann von Milendonck op het hartte binden. Hij is de man, die zijn gezag moet laten gelden zoowelover den luitenant en den vaandrig alsook over den commissarisPeter de Monte, „opdat zij zieh beter overeenkomstig hun ambt enrang gedragen en u en den jongen kapitein [Dietrich] als hun regeeringgehoorzamen". Alle pogingen moeten worden gedaan om het vendel,dat thans in het veld staat, voor het overige van den oorlog buitenBreedevoort te houden; de drost kan het gedeelte der bezetting welcommandeeren, dat er achterbleef en niet gemist kon worden. Mogelijkdat Parma de omliggende oorlogsnesten — zooals waarschijnlijk Does-burg — kan schoonvegen en het dan met het opbrengen van contributieaan de Staatschen 00k wel beter wordt 4). Dat het huis te Anholtanders alle inkomsten ten slotte zal derven, is het donkere vooruit-zicht, dat Raesfeldt schildert, herhaald op de hem eigen wijze doorden drost, als deze naar aanleiding van een strooptocht in Novemberaan Peter de Monte schrijft, „dat er in de geheele heerlijkheid geenkoren meer kan worden gezaaid" 5). Waar niet is, verliest de keizerzijn recht, zoo herinnert hij 00k zijn meesteres, wanneer door AnholterSoldaten de bewoners van Dinxperlo verhinderd worden om methout, naar hun gewoonte, te Rees ter markt te gaan 6).

De bijzondere onrust in den Achterhoek in dit najaar hangt samenmet den strijd om Zutphen. Leycester, op weg naar Zutphen, verovert

1) De stadhouder van Munster aan Gertrud, 26 Juli 1586, orig., en Gertrud aan denstadhouder, conc, Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.

2) 23 Sept. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.

3) De drost van Bocholt aan Gertrud, 19 Oct. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII,F. S.-S. Arch.

4) 17 Oct. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch. Als illustratiesvan den nood in dezen tijd zie men bijlagen LI, 1 en 2.

5) 6 Nov. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.

6) 8 Dec. 1586, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.