Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
87
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1563— 1612. 87

oogst de met Martini vervallende pachten misschien zullen kunnen be-talen, maar niets meer, en dat het aanbeveling verdient, met hen afte rekenen naar een maatstaf van 2 daalder per malter (mud), zooalsde prijs verleden jaar was, ofschoon men thans 2 1 / 2 tot 3 daalderrekent 1).

Te Anholt heeft in dit voorjaar een kort verblijf van Parma enzijn neef, kapitein Gonzaga plaats, op marsch naar Grave; de troepenworden onder Millingen ingekwartierd, maar houden daar huis opeen manier zooals men het in dat gedeelte van Kleef nog nimmerzegt beleefd te hebben. Eenigen tijd later reist de commissaris Peterde Monte Parma na om te spreken over een krijgsgevangene en overmiddelen om geld voor de vendéis te krijgen en neemt den kleinenDietrich van Bronckhorst-Batenburg, thans acht jaren oud, „oudstenzoon te Anholt", mede; zij komen bij Parma in het kamp voor Venloen de kleine Dietrich maakt kennis met het veldleven gedurende debelegering van Venlo en Grave.

Van deze afwezigheid maken de Staatsche Soldaten gebruik omopnieuw zieh zelf levensonderhoud te verschaffen. Uit Doetinchemvallen zij onder Aalten en Winterswijk, dus vlak om Breedevoort,waar de geroepen verdedigers maar op de berenhuid blijven liggenzonder iets voor de inwoners te doen; eenige huislieden en een aantalstuks vee worden medegevoerd, onder voorgeven, dat de vroegerovereengekomen dingtaal 2) ten einde is. De overste Willem van Dorp,gelegerd te 's Heerenberg, riep de voogden van Winterswijk en Aaltentot zieh, maar wordt spoedig zelf verschrikt met een order van Leycester,uit Utrecht, om zieh over een en ander te verantwoorden 3) : de kapitein-generaal heeft aan de dingtaal officiëel nog geen einde gemaakt 4) ende ingekomen klachten van Marckeloeff en Holstein vinden gehoor 5).De drost van Breedevoort schrijft echter kort daarop ronduit aanvrouwe Gertrud, dat hij de laatst gemaakte regeling niet vertrouwten dat ze zullen blijven plünderen; misschien weet Taxis, die juistte Anholt is, raad 6) voor dit land, dat voortdurend naar twee zij denmoet bloeden.

In het Westen aldus belemmerd, vallen nu de Soldaten van hetvendel te Breedevoort in het Munstersche, t. w. onder Stadtlohn enSüdlohn, waar ze vee Stelen, dat voor niet minder dan 600 daaldergerantsoeneerd wordt. Tegenover de Munstersche regeering wendtGertrud de verantwoordelijkheid van zieh af en verklaart, dat hetTaxis is geweest, die tot dezen inval bevel had gegeven. Boeren uitHemden bij Bocholt hadden eenigen van zijn mannen verslagen; dit

1) 13 Juni 1586, orig., Akten Breedevoort no. 22, F. S.-S. Arch.

2) Boven, blz. 84.

3) Gertrud aan den commissaris de Monte, 17 Juni 1586, conc, Kriegsakten no. 256,Bd. VII, F. S.-S. Arch. 4) Bijlage L.

5) 6 Juli 1586, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.

6) 6 Juli 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.