HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562—1612. 89
den iyden September Doesburg en het is waarschijnlijk de naderingvan dit leger geweest, die Marckeloeff bij den overste Taxis te Groenolom kruit deed verzoeken, dat hij dan 00k krijgen zou uit den voorraad,voor Oldenzaal bestemd 1). Parma trekt van Rijnberk op, om Zutphente ontzetten. Verdugo roept het vendel, voorzoover het gemist kanworden, zooals wij zagen, uit Breedevoort op 2) en een menigte koeienworden uit de pandheerlijkheid geroofd 3), vermoedelijk voor deproviandeering van Zutphen 4). Nog meer wordt van Breedevoortgeèischt in December en wel door den landdrost Johan Thiesseling,die door Parma met de voorziening van Zutphen belast is, en daarvoorelke drie weken drie goedbespannen wagens vraagt of 15 paarden,weliswaar tegen belofte van goede betaling 5), maar Marckeloeff wiltoch niet medewerken: reeds heeft men ondervonden, dat door Parmagerequireerde wagens en paarden zóó ver van huis moesten trekken,dat de boeren ze in den steek moesten laten en met niets terug kwamen 6).Dan wordt Breedevoort bedreigd, volgens beschikking van den stad-houder Barlaymont, met de inkwartiering van 25 Welsche ruiters onderLacolle, waartegen de drost eveneens zieh zoo lang mogelijk verzet 7),terwijl ondertusschen de Staatschen toch zoo sterk zijn, dat de land-drost door hen gevangen gemaakt wordt, Taxis binnen Groenlo vluchtenmoet en een ruiterofficier sneuvelt 8), Thans wendt Taxis zelf ziehtot Peter de Monte, om hem te bevelen de met karabijnen gewapenderuiters voor drie maanden op te nemen te Breedevoort 9), waaraande drost gehoorzaamt 10). Drie dagen later roept Taxis „citissime" alleSoldaten, die te Anholt en Breedevoort gemist kunnen worden, met deofficieren op naar Groenlo, volgens nader bevel naar Zutphen, waar hijzelf is 11). Zooais bekend is, was hij door het verraad van York op29 Januari meester van de stad geworden. Het verblijf van de ruiters isvoor Breedevoort zeer nadeelig; dagelijks hebben zij 5 voer hooi enevenveel stroo noodig. De drost weet niet, hoe dit goed kan gaan;hij wenschte, dat 00k deze manschappen, evenals de ruiterij uit Groenlo,
1) Marckeloeff aan Gertrud, 5 Sept. 1586, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F.S.-S. Arch.
2) Dez. aan Peter de Monte, 15 Sept. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F.S.-S. Arch.
3) Dienberch aan Gertrud, 15 Oct. 1586, orig., Akten Breedevoort no. 22, F. S.-S. Arch.
4) Vgl. Tadama, Gesch. der stad Zutphen, Arnhem-Zutphen 1856, blz. 227.
5) Thiesseling aan Marckeloeff, 16 en 18 Dec. 1586, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VII,F. S.-S. Arch.
6) Marckeloeff aan Gertrud, 18 Dec. 1586, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F.S.-S. Arch.
7) Dez. aan Gertrud, 2 brieven van 8 Jan. 1587, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII,F. S.-S. Arch. Op den Wildenborch, bij Joost graaf van Limburg-Bronckhorst enz. isStaatsch garnizoen, zie zijn brief aan Gertrud, 27 Dec. 1586, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. VII, F. S.-S. Arch.
8) Marckeloeff aan Gertrud, 19 Jan. 1587, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F.S.-S. Arch.
9) 20 Jan. 1587, orig., Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
10) Marckeloeff aan Peter de Monte, 23 en 29 Jan. 1587, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. VII, F. S.-S. Arch.
11) Taxis aan Peter de Monte, 23 en 27 Jan. 1587, orig., Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.