Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
82
Einzelbild herunterladen
 

83 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

van Don Juan de Mauricque en de Beyerschen i), die Breedevoorteveneens in nog grooter onrust brengen, zoodat de drost Verdugopersoonlijk laat opzoeken door zijn dienaar in Oldenzaal, om tot eenbetere regeling te komen. De veldheer was echter enkele dagen geledennaar Groningen vertrokken. De inwoners van Breedevoort staan ophet punt te vluchten of nog erger dingen te doen 2). Hier komt ter-Zelfder tijd bij, dat Jan Holstein zijn ambt als voogd te Aalten wilnederleggen, omdat zekere Anholter ambtenaar Jost Lackey er debeschikking over heeft gekregen, die zieh voorstelt, flink van Holsteinte zullen kunnen trekken. Namens de Aaltenaren verklaren nu Mariazu der Hoya und Brockhuisen 3), Johan van Vueren, prior te Schaer,Jan Tebens in naam van Frans Drosten ter Becke, Johanna van Doert[Dorth], weduwe van Mervelt, en Margreta van Voerst, weduwevan Lintelo, aan Dietrich, Gertrud en den Anholtschen stadhou-der Goswin van Raesfeldt, dat alles te gronde zal gaan, wanneerdat gebeurt. Holstein kan niet gemist worden; hij kent de toestanden;hij is 00k zijn vreemde talen machtig, hetgeen in deze tijden in denomgang met zooveel vreemden (soldaten) eisch is; men late hem opzijn post en eische het reservaat van 24 daalders, waarvan sprake was,niet van hem; anders zullen de huislieden Aalten verlaten 4). Vijfjaren later blijkt, dat Holstein inderdaad een groóte koopsom aanLackey heeft moeten betalen om voogd te kunnen blijven en datdeze som nog niet afbetaald is, maar hij 00k zijnerzijds veel van hetkerspel heeft te vorderen 5). Dergelijke baatzuchtige dingen in eentijd van zooveel oorlogsarmoede zijn wel een blijk van verkeerdbestuur geweest, waaraan vrouwe Gertrud persoonlijk echter nietschuldig was.

Dietrich zendt in hoogen nood Peter de Monte naar Parma te Doornik,om door dezen afgezant en schriftelijk en mondeling over den onhoud-baren toestand te klagen. Parma schrijft vriendelijk terug, vol waar-deering voor Dietrichs „adellijke en standvastige gezindheid jegensden Koning", betreurt nogmaals Jakobs dood in het bijzonder enbelooft ailes te zullen doen, 00k voor de kinderen, wat in zijn vermögenis en waarop zóó trouwe onderdanen des Konings recht hebben 6). UitDoornik deelt Peter de Monte schriftelijk het resultaat van zijnonderhoud met Parma mede, die zeer genadig was geweest en hem inzijn garderobe ontvangen had. Ook te Doornik hadden de soldaten

1) 15 April 1584, orig., Akten Bredevoort No. 27, F. S.-S. Arch.a) Marckeloeff aan Gertrud von Milendonck, 16 April 1584, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. V, F. S.-S. Arch.

3) Abdis van het stift Vreden, dat vele bezittingen en onderhoorigen in de heerlijk-heid Breedevoort had; vgl. ook den brief van haar en de gezamenlijke kapitularessenaan Gertrud van 2 April 1584, orig., Akten Breedevoort, no. 10, F. S.-S. Arch.

4) 16 April 1584, orig., Akten Breedevoort, no. 27, F. S.-S. Arch.

5) Holstein aan Gerardi, 31 Mei 1589, orig. Akten Breedevoort, no. 27, F. S.-S.Arch.

6) 10 Juni 1584, orig., Kriegsakten, no. 256, F. S.-S. Arch.