Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
83
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 83

het kwaad; bijna was het geheele leger wegens geldgebrek en dienten-gevolge honger uit elkander geraakt; de Soldaten hadden gras .genomenen het in water met zout gekookt. Daarom moest men te Breedevoortniet te snel klagen, als er iets aan de uitbetaling ontbrak. Maar erontbrak wel erg veel. En nu is er aldus besloten, dat van de 25000pistoletten, die van Keulen naar Verdugo in Friesland gezonden zullenworden — en over drie weken nogmaals hetzelfde bedrag — betaaldmoet worden wat den vendéis van Jakob vroeger beloofd was. Verderis men van de verantwoordelijkheid voor deze vendéis wel gaarne af,maar Parma belast er hem opnieuw voor niet minder dan 2 jarenmede. Dunsberg moet met het mandaat, dat Parma voor deze zaakgeeft, naar Verdugo gaan en 't geld halen. Eerder kan er geen geld teAnholt komen, want Parma wil de troepen in Friesland en Gelderlandbehoorlijk bezoldigd weten 1). Tien weken later is er nog niets vanterecht gekomen2).

Thans is 00k de vijand — d. 2. de Staatschen — in deze strekensterker. Verdugo bekent in een brief uit Oldenzaal aan vrouwe Gertrudvan 17 Juli, dat hij tegen den vijand in Groningen, Drenthe en Twenteniets vermag; hij schrijft nu 00k, dat hij de Anholter vendéis metalle mogelijke middelen gaarne wil onderhouden, maar dat de luite-nant — Taxis — den vijand in zijn eigen gebied, nl. Bergh, op moetzoeken en dat men zieh aan hem schadeloos moet stellen 3). Troepente Ulft hadden 5 tot 6 personen uit 't ambt Breedevoort vastgehouden;de drost van Breedevoort neemt revanche door den voogd van Varsse-veld, dat tot het contributiegebied van de Anholter vendéis behoort,Jan Beekinck en Wilhelm Wisselinck uit Varsseveld te grijpen; heteen wordt weder gevolgd door het ander, maar Gertrud verklaartzieh eigenlijk tegen dit voeren van oorlog in het klein. Doch dedrost houdt vol; men moet zieh self toch helpen, want de Soldatenvan het vendel te Breedevoort doen niets om de burgers te verdedigen 4).Dezelfde vijand heeft 00k te Winterswijk geweldig huisgehouden;ieder vlucht, 't rijpe koren kan niet worden geoogst; niemand dürftbij huis te blijven 5). Heiaas willen Verdugo en de vroeger zoo geprezenkapitein Veronici niet helpen. Eigenlijk wenscht Verdugo Soldaten

i) 10 Juni 1584, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

2) Gertrud aan Peter de Monte, 19 Aug. 1584, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI,F. S.-S. Arch.

3) Orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

4) De drost aan Gertrud, 18, 21 Juli en 14 Aug. 1584, F. S.-S. Arch. Jan Tebens uitAalten verkrijgt, tegen vooraf overeengekomen belooning, een convooi voor het weg-brengen van rogge; de Staatschen overvallen hen en verplichten Tebens 00k voor deSoldaten rantsoen te betalen; Marckeloeff heeft moeite, om te Anholt gedaan te krijgen,dat niet de boer, maar het leger redelijkerwijze zelf dit risico goed maakt, 4 Sept. 1584.Zoodoende ontstaan moeilijkheden tusschen den bevelvoerenden vaandrig Oswald vanden Boetzeler te Breedevoort en den drost, die ieder de hun toevertrouwde belangen moetentrachten te behartigen, 24 Sept. 1584, alles orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

5) Hendrik van Basten, voogd te Winterswijk, aan Gertrud, 22 Juli 1584, orig. Kriegs-akten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.