68 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
offeren. Als contributie-plichtig voor het garnizoen van Breedevoorten Groenlo golden het graafschap Zutphen, Twente en het ambtBreedevoort, terwijl ook geld uit de bovengenoemde streken naarBreedevoort vloeide. Verscheidene lijsten dezer contributiën zijn be-waard gebleven.
Er ontstaat nu een gevestigde oorlogstoestand in de Graafschap.
Zutphen deelt 2 October aan het Hof mede, dat het vendel vanhopman van Mechelen in die stad niet welkom sal zijn, wegens desiechte herinneringen, die men er van vroeger nog van heef t; dat Lochernnoodzakelijk geproviandeerd moet worden en dat Doesburg hulp moethebben; Groenlo is reeds in bezit van de Spaanschen 1). Twee dagenlater vraagt Zutphen een goede hoeveelheid kruit 2) en nog enkeledagen later vraagt de Kwartiersdag, ter ondersteuning van een schrijvenvan kolonel Norrits, die met een Engelsch regiment te Doesburgligt, voor de tweede maal toezending van de gevraagde behoeften voordie stad 3). Maar het is reeds te laat: Rennenburg schrijft uit Didamaan Jakob van Bronckhorst, dat hij diens aansporing niet noodig haden inderdaad dienzelfden morgen naar Doesburg zou trekken, waarJakob hem op het huis zoukunnen treffen^. Frederik van Pallandt,heer van Keppel, belooft aan het Hof, dat hij zijn huis bewaren zal,zoodat de Vereenigde Provincies zijnerzijds geen schade zullen hebben 5).Maar spoedig komt er verandering: kolonel Norrits geeft op 12 Octoberreeds last om het Hof mede te deelen, dat het geheele leger van denvijand — d. i. Rennenburgs leger dus — opgetrokken is, zooals menzegt, naar Friesland 6). Niettemin wordt terstond hierop Groenlodoor Rennenburg aangewezen als loopplaats voor een nieuw vendelvan Spaanschen onder hopman Otto van Zande 7); deze stad blijftdan Spaansch. De eilende ten gevolge van den overlast, die het onver-mijdelijke gevolg is van de aanwezigheid der siecht bezoldigde soldaten,is voor den landdrost der Graafschap aanleiding om aan het Hofte verklaren, dat de huislieden — meerendeels nog voortvluchtig —door hem niet gedwongen kunnen worden om aan de vestingwerkenvan Doetinchem te komen arbeiden 8). Bronkhorst wordt door vijandige
1) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, no. 5647, R. A. Arnhem.
2) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, Oct. 1580, no. 5651, R. A. Arnhem.
3) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, missive van den Zutph. Kwartiersdag,7 Oct. 1580, no. 5655, R. A. Arnhem. Van deze Engelsche soldaten ondervond men veellast; zij zijn ook beschuldigd van gemeene zaak gemaakt te hebben met de Duitschers,zie ben., biz. 69 aant. 1.
4) Orig., 7 Oct. 1580, Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.
5) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, 10 Oct. 1580, no. 5656, R. A. Arnhem.Evenzoo verklaart op 21 Oct. Ermgard van Wisch, gravin-weduwe van Limburg-Stirum,aldaar no. 5670.
6) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, 12 Oct. 1580, no. 4660, R. A. Arnhem;vgl. de mededeeling van het Hof aan Gedep. der Nederl. Unie, 17 Oct. 1580, Corresp.de Gueldre et de Zutphen, no. 3676, R. A. Brüssel.
7) Rennenburg aan Jakob van Bronckhorst, Weldam (bij Goor) 15 Oct. 1580, orig.,no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.
8) Corresp. van het Hof met het kw. van Zutphen, 2 Nov. 1580, no. 5681, R. A. Arnhem.