Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
67
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 67

dan zouden ze met Gods hulp 00k al de anderen gedood hebben" i).Er was hulp op komst, door Jakob georganiseerd om het vaderlijkbezit te verlossen. Uit een brief aan zijn vrouw, die dit een avon-tuurlijk ondernemen vond en er hem een verwijt van maakte, terwijlzij zelve 00k uit Anholt geweken was, blijkt dit het eerst 1). Hij stondin verbinding met Rennenburg, voor wien door den Kleef sehen hopmanStruyf een nieuw legertje werd verzameld. Op het bericht, dat Jakobmet de voor Spanje geworven troepen bij Xanten over den Rijn zoukomen en, eenmaal op den rechteroever, regelrecht naar Anholtzou trekken, blies hopman Hegeman terstond den aftocht uit Anholt.Het verblijf der Geuzen had slechts 14 dagen geduurd.

Jakob kon zonder moeite zijn vaderstad met het leger binnentrekkenen liet dit daarna zijn bestemming volgen, n.l. naar George van Lalaing,graaf van Rennenburg, die het op Doetinchem gemunt had 2). Tweevendéis behield hij zelf, terwijl hij, zooals zijn belofte in den bovenaangehaalden brief aan zijn gemalin luidde, met haar in Anholtbleef. Bijgestaan door den overste Martin Schenck van Nideggen,heer van Blienbeek, deed hij alle moeite om Anholt en Breede-voort in een beteren toestand van verdediging te brengen. Op hetslot te Anholt werden 23 Blienbeeksche oudgedienden, te Anholt enBreedevoort het eigenlijke Anholter vendel gelegd. Groenlo, dat doorde geuniëerden onbezet gelaten was, werd door het gros van hetSpaansche regiment veroverd en tot garnizoensplaats van Jakob's tweedevendel bestemd. De boven reeds genoemde licentiaat Wilhelm Duns-berg werd bevelhebber over de bezetting van Anholt en Jakobs zwagerGoswin van Raesfeldt opperbevelhebber met het 00g op latere veld-tochten. De vendéis hadden elk een sterkte van ongeveer 300 man,zooals uit de gegevens van den Anholtschen secretaris en rentmeesterJohann Schenck uit het jaar 1585 blijkt. Van het eerste vendel lagentoen op het slot te Anholt 30 man, in de stad 120 man; op het kasteelte Breedevoort 30 man en in de stad 82 man; op het huis Moylandbij Kaikar 10 man, totaal 272 man. In het eerst waren de manschappengrootendeels uit Rijnland afkomstig, later treffen wij 00k namen aanuit de omgeving, zooals uit Dinxperlo, Gendringen, Silvolde, Wehl,Zelhem, Sinderen, Hengelo, enz. Daar deze troepen hun soldij dik-wijls zeer ongeregeld en te laat ontvingen en zij zoodoende somsgebrek aan het allernoodzakelijkste hadden, verschaften zij zieh veelalonderhoud door plunderingen in nahegelegen streken, waar de Staat-schen lagen, in neutrale streken en zelfs in steden, die haar contributie,waartoe zij zieh verbunden hadden om van plundering vrij te blij-ven, niet tijdig opbrachten. Hiertoe behoorden plaatsen van het graaf-schap Berg, Doetinchem, Wisch e. a. Voor de bezetting van het huisWerth moesten de bewoners dier heerlijkheid bijv. 50 thaler per week

1) Bijlage XL.

2) In het begin van 1580 correspondeert Rennenburg nog als vriend met het Hof cnden Prins.