HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562—1612. 49
Breedevoort voor zieh zelf heroveren, zonder eenige inmenging vananderen. Mocht Jakob hierin niet slagen, dan kon hij eens voorzichtiggaan spreken met den hertog, onderdanig, maar verder niets 1).
Maar het geluk was hem gunstig. Heerde opende hem de poort —misschien reeds onder den indruk van den val van Zutphen — maarwenschte toch nog niet te wijken dan op vertoon van Jakobs zijdevan de recognitie van den graaf, zijn lastgever. Met vreugde zendtJakob zijn vader van een en ander bericht, op den dag zelf, 19 Novem-ber 2). Alles loopt naar wensch af 3), maar Dietrich heeft toch onder-tusschen zijn hart vastgehouden en spreekt van „meer geluk dan wijs-heid". Heerde is ongetwijfeld afgetrokken 4). En tot waardige vieringvan de bevrijding wil de pandheer, dat men op den aanstaanden Zon-dag — als tenminste de noodige kerksieraden aanwezig zijn — teWinterswijk, Aalten, Dinxperlo, Breedevoort zelf en zoo mogelijk00k in 't klooster Schaer, dat veel geleden had, een mis ter eere vande heilige Drievuldigheid zal houden „und mit gedechtenisse derpresentatien der heiliger moder Marie, und Godt almechtich thodancken und laeven van der victorien, oeck der hymmelsche Konyn-gynnen tho bidden, oeren gebenediden Soen vuir uns allen tho bydden,datt eth moet sein tott unser aller salicheit, oeck thott sterekung deralder catholischer und christlichen geloeven". Bovendien wil hij,ondanks alle gedane overmoedigheden, de „gevangenen", onder toe-zicht van den braven ritmeester Wilbrandt van Stockhum — blijkbaareen der officieren onder Brunswijk — vrijlaten; doch de goederen der-genen, die de Geuzen gediend hebben of gevlucht zijn, zullen alsverbeurd verklaard bezit onder de andere burgers verdeeld worden 5).
Maar de hertog van Brunswijk laat den Anholters toch geen rust.Jakob van Bronckhorst acht het zelfs noodig, dat men het Hof vanGelderland mededeelt, dat het gerucht van de aanwezigheid vanvijanden des Konings in deze streek onjuist is en slechts verspreidwordt, om den hertog een voorwendsel tot optrekken te geven 6). Eénvan degenen, die onder Brunswijk dienen, dreigt zelfs met ge weldeen paard, dat hem toekomt, uit Breedevoort terug te zullen halen,waartegen men echter de burgers met klokgelui te wapen zal roepen 7).Doch zoo ver komt het niet. Wanneer op Donderdag 18 Decembernegen Spaansche ruiters voor Breedevoort verschijnen, laat Jakob henmaar binnen en verzorgt hij hun paarden. Maar op het zeggen van
1) Dietrich aan Jakob, 18 Nov. 1572, orig., Bronckh. Korresp. no. 18, F. S.-S. Arch.Ook inmenging van het Hof van Gelderland wenschten de Anholters niet; ze waren blij,met hun aanslag het Hof vóór geweest te zijn, Bijlage X.
2) Bijlage IX. 3) Bijlage XL
4) Januari 1573 vermoedt men, dat hij nog onder Bocholt zieh bevindt. Boven, blz. 40,aanm. 2.
5) Dietrich van Bronckhorst-Batenburg aan zijn zoon Jakob, Anholt, 21 Nov. 1572,orig., Kriegsakten no. 256, Bd. I, F. S.-S. Arch.
6) Bijlage XII.
7) 6 Dec. 1572, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. I, F. S.-S. Arch.