4 8 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
stad Breedevoort niet ten voordeele van den Koning was of dat degraaf van den Bergh geen bevel van den Koning had, de openstellingniet geschied zou zijn; de toenmalige drost Jaspar van Broickhuysenhad zonder uitdrukkelijk bevel des pandheeren, om zijn eigen bezit-tingen te redden en de arme inwoners in jammer en verdriet te störten,zulks gedaan" i). Een dergelijke uiteenzetting zouden de burgers vanBreedevoort zonder deze aanwijzing zeker niet zoo hebben gegeven!Bovendien was, met de Soldaten, Heerde zelf nog op het kasteel. —Jaspar van Broickhuysen was, zooals uit het voorafgaande lichtelijkvalt op te maken, vertrokken; waarheen, weten wij niet. In diens plaatsZond de pandheer in deze dagen zijn eigen zoon Jakob met een aantalgewapende lieden naar zijn heerlijkheid om daar de zaken opnieuwte regelen. Hieruit blijkt, dat men de positie der Geuzen zeer verzwaktachtte, anders had de vader dit nooit durven ondernemen.
Jakob van Bronckhorst-Batenburg, zoon te Anholt, Rönne, Moylanden Asseln, geb. in het laatst van 1553, was de eenige zoon van Dietrich.Zijn vader had hem eenigen tijd in het buitenland laten studeeren.De brieven 2) in zijn studietijd aan den vader geschreven beheizenniets, dat ons recht geeft tot de veronderstelling, dat hij sympathievoor het Protestantisme gevoelde. Van Reyd vertelt, dat in 1579 deBannerheeren in Gelderland „verweckten eenen Bueren Krijgh, die-welcke hun misluckende, ende die arme verleide Bueren door denGraven van Hohenlo gheslagen zijnde, kosen die van Styrum endeBronckhorst opentlijck des Conincks sijde 3). In sonderheydt 00k Jacobvan Batenborgh, ongheacht dat hij in syn jonge jaren studierende oockte Genève gheweest was, ende wat smaecx van die Religie hadde" 4).De opmerking is een bewijs, hoe reeds Van Reyd niet goed op dehoogte is geweest van de politieke gevoelens te Anholt; tenzij hij zijnsondanks een anderen Batenburg bedoeld heeft, wat echter niet zeerwaarschijnlijk is. Het heeft niet tot 1579 geduurd, voordat de Anholterswisten, aan welke zijde zij stonden, slechts hielden zij zieh in oorlogs-zaken zooveel mogelijk neutraal en daarom op den achtergrond.
Terwijl Jakob dan op weg is naar Breedevoort, om een aanslagte probeeren, zendt de vader hem dadelijk bericht achterna over deneisch van den hertog van Brunswijk. Dietrich wilde niets anders, dan
1) 16 Nov. 1572, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. I, en copie, Abschriebung, S. 93, F.S.-S. Arch.
2) Uit Keulen, 4 Oct. 1561 (latijn!); uit Emmerik 5 Jan. 1567 (latijn). Later schrijfthij meest fransch aan zijn vader, met aanhaling van een enkele zegswijze in het latijn;soms schrijft hij geheel latijn. De vader schrijft altijd neder-duitsch. Uit Genève zijngeen brieven van Jakob voorhanden. Aug. 1570 is hij te Douai bij Mag. BernardusDodekomensis, naar welke plaats zijn zoons later 00k zullen gaan (zie beneden). Den25sten Mei 1571 schrijven zijn zusters hem een brief, in opdracht van haar vader, naarParijs; hij geeft te veel geld uit — meer dan goo gld. per jaar — voor feesten enz.19 Juni 1572 is hij te Anholt.
3) Gelre V, blz. 81 w.; Gehe XVI, blz. 61.
4) E. van Reyd, Historie der Nederlantscher Oorlogen, 1650, blz. 26. In geen gedrukteof geschreven bronnen van de Universiteit te Genève is zijn naam te vinden.