50 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
den kapitein Anton Britton, dat binnen vier dagen een bende van2500 Spanjaarden zal binnenrukken, antwoordt hij, dat de Koninghier geen souvereine rechten heeft, zoo lang het pandschap aan zijnvader toekomt 1). Dietrich vraagt dadelijk de tusschenkomst van denStadhouder, daar zijn arme onderdanen van Brunswijkers, Geuzen ofSpanjaarden steeds even veel te lijden hebben, en het stadje slechts 50huisjes telt 2).
Deze Spanjaarden zijn niet de mannen van Brunswijk 3). Het zijnveeleischende lieden. De faam van Breedevoorts sterkte en rijkdomwas niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Ze wenschtenbedden, witte tafellakens, servetten en handdoeken en fijn tafelservies.Wijn, wittebrood, haver en hooi tracht men bijéén te brengen, 00kuit de omliggende plaatsen, zelfs uit Wezel, maar aan hun overigeeischen is eenvoudig niet te voldoen! Herman van Lintelo tijgt naarLochern, de verzamelplaats der Spanjaarden, om te trachten gedaante krijgen, dat de hoofdtroep wegblijft 4). De pandheer antwoorddeden richter Jacob van der Capellen, die hem dit medegedeeld had,dat hij goed gehandeld had, maar dat men den Spanjaarden had teverteilen, hoeveel bedden er op 't huis geweest waren, toen de Koninghet hem overliet, en dat Hendrik van Isendorn, de toenmalige drost,al hetgeen Marten van Rossem op 't huis achtergelaten had, bij zijnvertrek meegenomen had, zoodat er geen enkel bed overbleef, dat meneen fatsoenlijk man zou hebben kunnen aanbieden 5). De stadhouderBerlaymont antwoordde Dietrich op eersten Kerstdag, dat hij zijnleger niet zoo kon verdeelen, dat Breedevoort onbezet bleef, en ver-zocht daarom toestemming voor het binnentrekken. Maar zoodra deSaksische en Brunswijksche ruiters, die nog in Twente en Drenthelagen, aftrokken, zou hij trachten, Breedevoort te ontlasten. Alle on-kosten zouden terugbetaald worden; en als Dietrich nog andere plaatsenwist, die door Berlaymont bezet zouden kunnen worden, bewijst hij
1) 18 Dec. 1572, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. I, F. S.-S. Arch.
2) 20 Dec. 1572, cone, Kriegsakten no. 256, Bd. I, F. S.-S. Arch, en Bijlage XIII.
3) Uit een brief van Henrich Bowmeister, gewezen tweeden kok te Breedevoort, zouop te maken zijn, dat echter 00k de Brunswijkers Breedevoort eenigen tijd bezet hebbengehad; Bowmeister was in ongenade gevallen, evenals de vroegere drost Jasper van Broick-huysen, maar betuigt zijn onschuld en vraagt herstel in zijn functie; er zijn twee orig.brieven van hem, 1 Mei 1573 en 10 Oct. 1573, Kriegsakten no. 256, Bd. I, F. S.-S. Arch.
4) Jacob van der Capellen aan Dietrich Van Bronckhorst, 20 Dec. 1572, orig.,Bronckh.Korr. no. 17, F. S.-S. Arch. Zoo klaagde 00k het Hof aan Alva, dat het Spaanschegarnizoen te Arnhem zelfs kerken en kloosters niet ontzag en het erger maakte dan deGeuzen; waarop Alva weder antwoordde, o.a. dat de Arnhemmers nog niet aan den oorloggewend waren en zieh niet in de omstandigheden wisten te schikken; het kon nog welerger worden! Corr. v. h. Hof met de hooge overh., 6 Sept. 1572, no. 2865 (vgl. 2870),R. A. Arnhem.
5) 22 Dec. 1572, cone, Bronckh. Korr., no. 17, F. S.-S. Arch. Dat de verdedigings-toestand van het huis 00k niet behoorlijk was, schreef de pandheer eveneens op rekeningvan de commissarissen, die het hem aldus overgedragen hadden. Dietrich v. Bronckhorstaan den Stadhouder, 22 Dec. 1570, Corr. v. h. Hof met de hooge overheid, no. 2436,R. A. Arnhem.