Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
41
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562—1612. 41

Een arme huisman uit Renkum, waar het klooster in denzelfden tijddoor de Geuzen was geplunderd, had zijn 53 schapen vandaar naarde woonplaats van zijn vader, „onder het bisdom Munster", in veilig-heid gebracht. Maar Heerde had ze laten weghalen en naar Breedevoortbrengen, waar wel 25 van de beste der kudde werden geslacht. Hijvraagt nu 00k aan Dietrich om de nog overige terug te mögen ont-vangen, voor welke gunst hij bereid is eventueel diensten te ver-richten 1).

De inval der Geuzen beteekende 00k een tijdelijken ommekeer opkerkelijk terrein. Men maakte gaarne van zijn macht gebruik om deSpaansche tyrannie 00k längs dezen weg zooveel mogelijk afbreukte doen.

Ruim een maand na den val der vesting is te Winterswijk, eenaanzienlijk onderdeel der heerlijkheid Breedevoort, een gevolmachtigdevan den graaf van den Bergh, Willem van Dortt, versehenen bij Jasparvan Broickhuysen, drost van Breedevoort, en Wessell Froelichs, rent-meester van Anholt. Hij stelde den eisch — vergezeld als hij was vaneenige „haeckeschutten" — aan pastoor en kerkmeesters, om alleornamenten van de kerk te Winterswijk aan hem uit te leveren, krach-tens opdracht, die hij schriftelijk van den graaf had ontvangen. Dedrost antwoordde, dat zulk een eisch toch ging buiten hetgeen in derecognitie destijds onder zegel was verklaard. Maar de gevolmachtigdehernam, dat „die Konninck und Grave thoe dem Berge gengen bavenden heren van Anholt", waarop het weerwoord luidde, dat menzieh schikken zou, als de graaf zijn recognitie aldus wilde verbreken.Drost en rentmeester vertrokken en Willem van Dortt kon zijn ganggaan. Bovendien beval Gisbert van Heerde denzelfden dag aan denreeds vroeger genoemden voogd te Aalten, Engelbertus Holstein, omop 21 Juli 12 of 13 man te zenden, die of onder 't klooster Schaerôf op den Oosterhoff onder Suderwick, domein van den heer vanAnholt, 18 balken moesten houwen en „them Berge bestellen" 2).

Dat Willem van Dortt de hostiekelken, monstransen en andere„Kirchenparamente" uit Winterswijk heeft weggenomen, werd 00ktwee jaren later nog door ooggetuigen verklaard, tegelijk met een relaasover het perikel, waarin de Winterswijkers geraakt waren, zoo goedals de Breedevoorters en anderen, tengevolge van des graven eisch omhem te zweren 3).

Uit een onmiddellijk hierop volgend stuk blijkt 00k het inderdaaddoor Van den Bergh en Heerde niet tegengehouden optreden vanhun Soldaten tegen de kerken; merkwaardig is vooral 00k de verklaring

1) 15 Dec. 1572, orig., Akten Breedevoort no. 17, F. S.-S. Arch.

2) 20 Juli 1572, copie, Abschriebung S. 47, F. S.-S. Arch. Over het kloosterSchaer bij Breedevoort kan men zien B. L. Snelting, Gelre IV, biz. 8iw. Over't houwen der boomen en over Heerde's optreden zie men verder 't verslag van een dienaarvan Dietrich van Bronckhorst, Henrich Poerttener, 21 Juli 1572, copie, Abschriebung,S. 48, en Bijlage VIII.

3) Orig., dtsch papier, 6 Sept. 1574, Reg. no. 1267, F. S.-S. Arch.