40 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
op Dietrichs houding in 1572, dien het voorafgegane ons reeds bood,een duidelijk bewijs, dat zijn sympathieën allerminst aan den kantder Geuzen waren, reeds tijdens en na den veldtocht van 1572 1).
Evenals elders heeft het leger der invallers 00k hier alle mogelijkeonregelmatigheden medegebracht. Het is bekend, dat de onzekereomstandigheden, waarin de dienstdoende krijgsknechten zelf, aan welkezijde zij dan 00k stonden, verkeerden, hiertoe het hare bijdroegen.De onbelijndheid der staatkundige positie van vele niet-oorlogvoerendenop het platteland, zoowel als in de sieden, bracht op allerlei wijzemisverstand en klimmende verwarring, met al de schadelijke gevolgendaarvan, mede. De Prins van Oranje heeft meer dan eens zijnerzijdsgetracht, door overreding zoowel als dreigementen, dit kwaad zooveelmogelijk te beperken. Noch hij noch eenig ander veldheer evenwelhad deze dingen in zijn macht. Op hoe gemoedelijke wijze men naafloop van een période van strijd soms weder met elkander trachtte teoverleggen over buitgemaakte zaken, hetgeen volkomen past in dewel ruwe, maar toch veelal weinig scherp-doorgevoerde oorlogspositiedier dagen en dezer streken, blijkt uit een schrijven van Gisbert vanHeerde aan den hem toch waarlijk niet goedgezinden Anholter, kortna den strijd, gericht. Willem van den Bergh, schrijft hij, had hemeenige koffers en andere eigendommen in Breedevoort ter bewaringtoevertrouwd. „Toen ik Breedevoort verliet, moest ik deze en nog meerdingen aldaar bij uw zoon Jakob achterlaten; men zegt, dat ze er ge-deeltelijk nu nog zijn, gedeeltelijk naar Anholt zijn gebracht. Omrekenschap af te kunnen leggen tegenover den graaf van den Bergh,verzoek ik u nu, deze eigendommen op een zekere plaats te willenlaten bezorgen en ook uw zoon in dezen aan zijn belofte tegenovermij te herinneren" 2). Of aan het verzoek voldaan is, weten wij niet.Maar het is duidelijk, dat het alleen gedaan kon worden op grondvan het formeele feit, dat de Geuzen destijds niet tegen Dietrichvan Bronckhorst streden, maar alleen vóór de bevrijding van het landuit de handen van Alva en diens „goddeloozen aanhang".
Minder goedmoedig is het beeld van Heerde, dat Rutger van denBoetzeler, richter der heerlijkheid Wisch, ons doet zien, wanneer dezeaan den Anholter vraagt om terugzending van zijn brabantschenwagen, dien de Geuzenkapitein hem persoonlijk te Varsseveld ont-nomen had 3). Johan van Haersolte, drost te Ulft, en Johan Garbrants,landrentmeester der Graafschap, vragen eveneens om teruggave vanop dezelfde wijze ontstolen huisraad uit hun huis Unstedinck (Onstein)onder Vorden, dat evenals de brabantsche wagen, medegenomen wasnaar Breedevoort 4).
1) Hierover verder ben., blz. 51.
2) 20 Febr. 1573, copie, Akten Bredevoort no. 18, F. S.-S. Arch,; vgl. over Heerde'sverblijfplaats ben. blz. 49, aanm. 4.
3) 10 Jan. 1573, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.
4) 10 Mrt. 1573, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch. Ulft behoordeonder Bergh.