Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
21
Einzelbild herunterladen
 

HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS HET ANHOLTER PANDSCHAP. 21

horst te doen hebben, die te Anholt thuis behoort. Dietrich IV'svader, Dietrich (III) (1488-1549), was de zoon van den vierden zoonDietrich (II) (1451-1488) van Dietrich (I) (f 1454), kleinzoon van deneersten Dietrich van Bronckhorst-Batenburg (f 1408). Deze is detweede zoon van Giesbert van Bronckhorst (f 1356), die zijn oudstenzoon Bronckhorst liet erven, den tweeden Batenburg en den derdenBorculo. De eerste Dietrich van Bronckhorst-Batenburg zag zijn zoonGiesbert (f 1429) huwen met Margaretha van Gemen en zieh Anholtverwerven; met den achter kleinzoon van Dietrich (I) stierf deze takin 1525 uit en gingen Batenburg en Anholt over op Dietrich (III), vadervan onzen pandheer van Breedevoort.

De heeren van Niedermörmter 1) zijn neven van den Anholtschentak, zoodat het vermoeden van Fruin 2) in zake de identiteit van Dirkvan Bronckhorst-Batenburg, stadhouder van Friesland in 1572, reedsom deze reden verworpen moet worden. Niet juist is voorts de op-merking van Weststrate 3), dat een Jakob nog pandheer van Breede-voort was na 1606; Jakob (II) was reeds gesneuveld in 1582; de aldaarbedoelde correspondentie is gevoerd door zijn weduwe Gertrud vonMilendonck.

1) Niet Nederwormter.

2) Ben., biz. 22.

3) Dr. H. A. Weststrate, a. w. biz. 25—37.