Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
23
Einzelbild herunterladen
 

HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS HET ANHOLTER PANDSCHAP. 23

stadhouder van het opgestane Friesland optredende, meer tweedrachtgesticht dan diensten bewezen heeft" 1).

Van Vloten begaat de onjuistheid, van Dirk van Bronckhorst enBatenburg te zeggen, dat hij met de Geuzen heult. Dat Fruin aandenzelfde dacht, zou men eerst niet denken, daar hij het stadhouder-schap van Friesland noemt 2); en toch deed hij het, daar hij het ervoor houdt, dat Dirk de eigenaar van de door Van Vloten bedoeldekanonnen, en dus de pandheer van Breedevoort is; diens heulen metde Geuzen ontkent hij niet.

Dat de heer van Anholt en pandheer van Breedevoort met de Geuzengeheuld heeft, is een legende, die zieh tot op onzen tijd gehandhaafdheeft en wel, gelijk wij zullen zien, op meer dan één grond 3). D'Ablaingvan Giessenburg heeft echter reeds in 1877 een zeer juist beeld vanDietrich van Bronckhorst-Batenburgs godsdienstige en politieke gezind-heid gegeven 4). Hoe Van Vloten aan een ongedrukte bron over 1572is gekomen, kunnen wij niet ophelderen, te minder omdat hij uit diebron wel een betrouwbaar bericht over de kanonnen, maar toch geengoede aanwijzingen omirent Dietrichs standpunt bij die gebeurtenisschijnt te hebben kunnen ontleenen. Hoe dit zij, de gegevens uit hetAnholter archief over de eerste tienjarige période, die wij thans gaanbehandelen, zullen ons alle gewenschte inzicht openen in de historischewaarheid omtrent des pandheeren denken en doen.

Toen Willem van den Bergh, in 1556 gehuwd met Maria, zustervan prins Willem, met eenige samengeraapte Duitsche benden 5)in het Zuiden de Graafschap binnen viel, was dit niet het eerste Geus-gezinde optreden in deze streken. Dietrich van Bronckhorst-Batenburgmocht wel zooveel mogelijk trachten buiten de Nederlandsch-Spaanscheoneenigheden te blijven, het gebied van Breedevoort werd er nietminder om betrokken in den langzamerhand vaste vormen aannemendenstrijd.

Reeds 9 Aug. 1567 verklaart de rentmeester van Breedevoort,Johan van Broickhuysen, namens den pandheer aan den plaats-vervanger van den Stadhouder, dat Bronckhorst meermalen den Stad-houder en kanselier des Konings mededeeling had gedaan van het

1) R. Fruin, a. w., biz. 62—64. Adriaen Cornelissen is te vinden in de Archives oucorresp. inéd. de la maison d'Orange-Nassau, Suppl. door J. F. van Someren: La corres-pondance du prince Guillaume d'Orange avec Jacques de Wesembeke, Utr. — Amst.1896, zie reg. en blz. 215. Het huis „Osserdenbij Wezel" ismij nogonbekend.DatOsserden00k een pseudoniem zou zijn, valt nauwelijks te denken. Vgl. H. A. Enno van Gelder,De Ned. adel en de opstand tegen Spanje, Tijdschr. v. Gesch. XLIII (1928), blz. 19.

2) Van Meteren, Historie der Nederlandscher en haarder Naburen oorlogen, 's-Graven-hage 1614, I, f. 77 recto.

3) J. S. van Veen, Het graafschap Berg in de eerste jaren van den tachtigjarigen oorlog(1568—1572), Gelre, VIII, (1905), blz. 132: Diederich van Bronckhorst, heer van Anholt,begunstigde in het 00g valiend de geuzen (1570).

4) D'Ablaing van Giessenburg, Bannerheeren en Ridderschap van Zutphen, Gesch.ged., blz. 12 V.V.; hij kent den sterfdatum niet, blz. 13.

5) P. J. Blok, Geschiedenis van het Nederlandsche volk, III, blz. m.