Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
17
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 17

der Leenkamer te Arnhem niet anders dan vage inlichtingen daaroververmag te geven i). Dése borgmannen met de aan hen uitgegevenleenen 2) waren volgens een ongedateerd, maar kennelijk in of om-streeks genoemd jaar opgemaakt lijstje in het Salm-Salmsche Archiefde volgende:

Arend van Lintelo, beleend met de borgleenen: het Walfort en hetWelingh onder Aalten, het Hermeldonck en ten Brinke in Miste onderWinters wijk.

Frans Droste, alias Frans Drossart, vanwege het borgleen Benne-kinck in Miste.

Adolph van Mervelt, („nu die weduwe Johanna van Dorth alstuchtersche") vanwege het borgleen Buninck in Miste.

Frederik Raeshorn (richter), wonende binnen Breedevoort, beleendmet het borgleen Rensinck in Miste.

Anna „weduwe zeligen Dericks van Broickhusen", eveneens wonendebinnen Breedevoort, leen onbekend.

Gisbert van Broeckhuseh te Barleham bij Doetinchem „heft ockein borchleen und solde sinnen broder dat borchleen togedelet sin,doch (mines wegens) darvan te Brefort noch gein belehung ontfangen".

Joost van Diepenbroick to Tenckink bij Bocholt („licht durch Godtsfandunge in dulheit gesloten, und sin broder als lehenholder is kortesgestorven") vanwege het borgleen Regenbaginck of 't Gorkengoed inMiste.

Rutger van Graes, bewoner van het huis Piekenpol bij Winterswijk,als leenman van het borgleen „den hof te Engerinck" met zijn toebe-hooren, gelegen in de kerspelen Zütlon, Rede (Westf.) en Winterswijk.

Sondach of Jacob van Munster van den huize Waliën onder Winters-wijk „heft ein leengudt van den huse to Brefort to lene, dan is geenborchleen".

Kerkelijk was het ambt oudtijds in drie parochiën verdeeld geweest.In Breedevoort zelf, waar slechts een kapel bestond, werd geen eere-dienst gehouden, zoodat de bewoners van „het huis" in Winterswijken die van „den vlecken" in Aalten moesten gaan kerken. Maar tentijde van hertog Karel van Gelder was er door afscheiding van Aalteneen eigen parochie gesticht en een pastoor aangesteld, wiens benoemingmet goedvinden van den Bisschop aan den heer van „het huis" Breede-voort was toegekend.

In Aalten, waar in de kerk vier vicarieën gesticht waren, stond decollatie (d. i. de benoeming van den pastoor) aan „het huis" of denheer van Breedevoort, met dien verstände echter, dat 00k de bisschopvan Munster er recht op de benoeming had en beider collatierecht erbij „turnum" — d. i. beurtelings — om de maand wisselde. Ten tijde

1) Zie Orig. Akten Breedevoort no. 8 in het F. S.-S. Arch, (stukken gedateerd 29 Jan.!573> 19 Febr. 1573, 6 April 1573 en 8 April 1573).

2) Deze laatste ontleend aan Reg. op de Leenactenboeken van Gelre en Zutphen,Zutphen, blz. 466 e. v., alsmede aan „pakket Borgleenen", F. S.-S. Arch.