Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
18
Einzelbild herunterladen
 

1 8 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

van Dietrichs komst is er Adolf Otterbeke (weldra opgevolgd doorWessel Kosters) als pastoor in functie.

Ook in Winterswijk, waar zes vicarieën gesticht waren, gold het-Zelfde wisselende collatierecht. Andries Swaen is er bij Dietrichspandaanvaarding nog als pastoor werkzaam, maar zijn plaats wordtweldra door Johan Rauwert ingenomen.

In Dinxperlo vinden wij vicarieën noch officia vermeld, maar erwas wel een pastoor, wiens benoeming als in Aalten en Winterswijkgeregeld was i).

Niet ver van Breedevoort stond een klooster Domus B, Mariae inNazareth, in den volksmond gewoonlijk het klooster „Schaer" ge-heeten, een stichting van Augustijner monniken uit Windesheim 2). Hetheeft in den weldra gevolgden oorlog zoozeer in de lotswisselingenvan de veste gedeeld, dat het die rampen niet meer te boven komenkon, terwijl het bij besluit der Staten later geheel opgeheven is.

Dietrich van Bronckhorst, wien de kerkelijke belangen, speciaal dieder R. K." kerk, zeer ter harte gingen, vond bij zijn pandaanvaardingden toestand hier nog uiterlijk geheel intact. Weliswaar kan o.a. uitde strenge benoemingsvoorwaarden voor pastoor Swaen te Winterswijkin 1546, om zieh in geen geval met „nie secten, argumenten off proba-tiones" in te laten, blijken, dat reeds ten tijde van Marten van Rossemernstig met het gevaar van de nieuwe strooming werd gerekend, dochbinnen de grenzen van het ambt was het sedert rüstig gebleven. Even-wel, het was nu bijkans twintig jaar later en in het naburige Munsterschewaren Wesel, Bocholt en Gemen reeds officieel Luthersch. Geen wonder,dat de situatie dus wel wat was veranderd, de besmetting ook de ambts-grenzen had overschreden en hier en daar reeds cellen waren gebouwd,die slechts op gunstige ontwikkelingsvoorwaarden wachtten. Maarzoolang Anholt hier de lakens uitdeelde, bleef de atmosfeer daarvoorte verstikkend. Opmerkelijk, maar niet onverklaarbaar, is het dan ook,dat de massa-overgang in Winterswijk, Aalten, Dinxperlo en Breede-voort vrijwel gelijktijdig in 1597 plaats vond, dat is bij gelegenheidvan de verovering der veste door prins Maurits.

Ofschoon de nieuwe pandheer reeds van den 23en tot den 27enJuli 1562 in gezelschap van Commissarissen der Rekenkamer hetambt had bezocht en met negen paarden de verschillende kerspelenhad doorkruist, volgde eerst in December de officieele inhuldiging.De rekening van rentmeester Dienberg memoreert in verschillendeposten van uitgaaf dit feit volgenderwijze:

1) „Berigt und anzeigonge der Pastorie'n und Vicariën so in den ampte Brevordt sinnen",opgemaakt door Johan van Isendorn den 18 Dec. 1555 (Pakket Kerk. Zaken, F. S.-S. Arch.).3) Zie o.a. Snelting, Het klooster Schaer, Gelre IV, blz. 81.