HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 115
In de vergadering van de Landschap, Maart 1598, verscheen Gertrudmet haar dochtertje, eenige familieleden en rechtsgeleerden, maar hetbesluit werd 00k thans niet veranderd, terwijl er aan toegevoegd werd,dat de pandpenningen verbeurd waren 1). Nogmaals zal echter beroepop het Hof volgen. Den 7den April besloot het Hof aldus: ,,'t Hoff,gesien dése requeste, en kan d'vrouwe Suppliante 't versoeck, hierinnegedaen, niet accordieren, dan sal in conformité van de resolutie derLantschap haer E. actie als het behoeren sal, muegen institutieren,om in der saken geprocediert tho worden nae behoeren, walverstaende,dat die actie vur desen Hove tegens den Momber sal worden gein-stituiert und dat 't Hoff, 't procès gefurniert sijnde, daerin sal er-kennen nae behoeren 2)."
Vóór het einde van dit jaar treedt echter een andere toestand in.In plaats van de bescherming en sauvegarde, door den kardinaal-aartshertog verleend, vraagt Gertrud werkelijke neutraliteit, want danzullen 00k de Staten haar sparen. En zij verkrijgt die 3), onder voor-waarde dat de Staten, zoolang als de oorlog duren zal, eveneens geenbezetting te Breedevoort noch te Anholt zullen leggen en een neutra-liteitsverklaring 00k hunnerzijds zullen geven. Over Breedevoortspreken de Staten niet eens, en wat Anholt betreft, waren zij niettevreden met zulk een overeenkomst: het kasteel aldaar zou van hungarnizoen worden ontdaan, maar moest vesting blijven, en 00k destad zou geen garnizoen meer hebben, doch tegelijk ontmanteld worden,aldus hun eisch 4). Om van den kardinaal-aartshertog goedkeuringhierop te krijgen, schrijft Gertrud een roerenden brief om tusschen-komst aan Herman van den Bergh, waarin zij het behoud van depandheerlijkheid noemt „l'unique moyen qui me reste à entretenirma vie et celle de mes enfans". En verder smeekt zij hem: „Employezvous doncques, Monsieur, en une juste cause que d'assister une vefvedésolée et ses enfans... orphelins et fairez un oeuvre digne de vostrecoeur généreux. Que, si mon malheur est tel qu'il fault que j'espreuveung effect contraire de mon désir, ne me restera que de consacrermon coeur au doeil à éternel et d'assubjectir mes intentions à la volontéde Dieu...". Zij verklaart, dat Van den Berghs bevelen maatstaf zullenzijn voor de daden harer kinderen 5). In dezen zin schrijft zij 00kaan het Hof te Brüssel 6). Omdat hierop zoo spoedig geen antwoordte wachten is, legt zij voor de Staten een voorloopige verklaring naarhunnen wil af 7).
Gedurende deze onderhandelingen staan de gebeurtenissen echter
1) Bijlage LXXVIII.
3) Afschrift, get. Sluysken, Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
3) 19 Juni 1598, orig., perk., Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
4) 6 Aug. 1598, orig., Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
5) Concept, 11 Sept. 1598, eveneens gericht aan Frederik van den Bergh, die haar uitzijn kamp voor Rijnberk 21 Oct. 1598 antwoordt, Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
6) A son Excellence, 14 Sept. 1598, copie, Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.
7) Mem. en Res. v. h. Hof, 6 Mrt. 1599, R. A. Arnhem.