Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
110
Einzelbild herunterladen
 

HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

Er is geld noodig voor hun levensonderhoud, maar zij heeft geenmiddelen, om het hun te zenden i). Evenmin drie maanden later —als tijdsaanduiding wordt de Straatsburger kermis genoemd —, wan-neer er extra uitgaven gedaan moeten worden voor hun voorgenomenreis naar Italie. De oorlogsarmoede, het voortdurende leenen en voor-schieten voor de noodige soldij-betalingen, maken, dat de moederzelfs geen crediet meer kan krijgen 2).

Met Willem Lodewijk verscheen Maurits aan het hoofd van 7000man te voet en 1200 te paard en beschikkende over goed geschut denioden Augustus voor Rijnberk, de Sterke vesting, die wij reeds zoovaak als residentie van den Spaanschen stadhouder van Gelderlandnoemden. Na 10 dagen had hij de stad vermeesterd en was dus depas naar den rechter Rijnoever in zijn macht. Dat onder anderen 00kBreedevoort in zijn handen moest vallen, was duidelijk. Zoodoendeis het te verklaren, dat wij thans nogmaals nieuwe pogingen waar-nemen, die Gertrud aanwendt, om voor hare pandheerlijkheid neu-traliteit te verkrijgen, haastige en dringende pogingen, omdat, mochtendeze slagen, er misschien geen reden voor den Prins zou zijn om eenbeleg te beginnen. Johann von Milendonck is 00k nu weder haar steunen raadgever 3). Het leger is reeds voor Grol aangekomen en speeltin de dorpen den baas. Maar juist is 00k de kardinaal-aartshertog ver-trokken uit Brüssel, zoodat het antwoord op Johanns nieuwe aanvragedoor middel van een bode zieh laat wachten. Ook Gertruds natuur-lijke broeder, Hendrik von Milendonck, doet te Brüssel persoonlijkmoeite, al verwacht hij dat men geen gunstig onthaal zal vinden,voordat 't Hof zeker is van den afloop van zaken met Frankrijk 4).Winterswijk verzet er zieh tegen, dat hun voogd in deze omstandig-heden opgedragen wordt, als gezant naar Brüssel te gaan 5) en Frederikvan den Bergh laat weten, dat het bevel van den aartshertog is, dat alleplaatsen, met name ook Breedevoort, Grol en Oldenzaal, het mogelijkemoeten doen, om den Staatschen weerstand te bieden: als Amiensmaar behouden zal zijn, zal men hulp zenden 6).

En ondertusschen bereikte Prins Maurits zijn doel. Na de veroveringvan Grol werd door hem op Woensdag i October (nieuwe stijl) hetbeleg voor Breedevoort geslagen 7). „De Almachtige möge u allen

1) Gertrud aan haar 200ns, 10 Maart 1597, orig., F. S.-S. Arch.

2) Gertrud aan haar zoons, 2 Juni 1597, orig., Bronckh. Korresp. no. 18, F. S.-S. Arch.

3) Gertrud aan Johann von Milendonck, 12 Sept. 1597, en Johann v. M. aan Gertrud,14 Sept. 1597, orig., Kriegsakten, No. 256, F. S.-S. Arch.

4) Hendrik von Milendonck aan Gertrud, 14 Sept. 1597, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. XI, F. S.-S. A.

5) Inwoners van Winterswijk aan Gertrud, 26 Sept. 1597, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. XI, F. S.-S. A.

6) Frederik van den Bergh aan Gertrud, 18 Sept. 1597, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. XI, F. S.-S. Arch.

7) J. J. van den Hoek, De veldtocht van Prins Maurits in 1597, 's Gravenhage 1914*blz. 87-92, die echter het bijzondere van de krijgshistorische positie van Breedevoort, alspandheerlijkheid der Anholters, in het geheel niet noemt.