Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
107
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 107

heid schade doen 1). Wei moet Gertrud zieh dan toch terstond nogweer beklagen over met name genoemde Soldaten te Grol, ondergraaf Hendrik en Butbergen staande 2). Graaf Hendrik trekt echterzijn eischen betreffende de leverantie van paarden, hooi en stroo ofgeld niet in 3), en de officieren te Grol worden door Van Basten,die bij hen geweest is, als een dronken en onredelijke bende gequali-ficeerd. Dus gaat Gertrud door met requestreeren bij graaf Herman 4),en de vaandrig Oswald van den Boetzeler voelt zieh te Breedevoortvrij machteloos 5); Gerardi begint te begrijpen, dat de jonge Spaansch-gezinde graven in het geheel niet kunnen uitstaan, dat men zieh overhen beklaagt 6) : zoo maakt men den toestand slechts erger !

Dat blijkt vooral van Johan graaf van Limburg- Stirum en Bronck-horst, gouverneur van Groenlo, te gelden. Zijne en Butbergens Soldatenplünderen onder Winterswijk en Aalten, maar graaf Johan wil — integenstelling met Hendrik van den Bergh — de klachten niet eensaanhooren. Gerardi overweegt, of het daarom niet het beste zal zijn,in zijn heerlijkheid Wisch 00k maar eens „het moes en het spek uitden pot te halen", te gaan plünderen 7). Aan Gertrud schrijft Johan,dat hij nergens van weet, later, dat zij overdraft; met hem is nietsaan te vangen, 00k al doet hij soms kleine beloften 8). Daarom wendtGertrud zieh bij gelegenheid 00k persoonlijk tot een Spaanschenkapitein, hoewel deze waarschijnlijk onder graaf Johan staat, omdatbeider Soldaten haar Dinxperloschen voogd ernstig mishandeld hebben,wat inderdaad een aantasten van hare souvereiniteit genoemd moetwordeng). Tegen zulk onrecht vermag zij ten slotte echter niets.

Omgekeerd klaagt de Munstersche regeering over invallen vanBreedevoort uit onder Bocholt 10). Ook van Anholt uit, zegt het be-treffende schrijven. In hoeverre dit juist is, zal moeilijk uit te makenzijn. Te Anholt lag immers Staatsche bezetting en wel onder BernardSpaen. Maar deze bezetting doet weer zooveel kwaad onder BreedevoortZelf, dat ook de regeering te Arnhem daarover schrijven moet 11).

1) 31 Dec. 1593, gewaarm. copie, Kriegsakten no. 256, Bd. IX, F. S.-S. Arch.

2) Bijlagen LXXI en LXXII.

3) Gerardi aan Gertrud, 3 en 9 Mrt. 1594, orig., Bronckh. Korresp. no. 28; Van Bastenaan Gertrud, 4 Mrt. 1594, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.

4) Gertrud aan Herman van den Bergh, 21 Mei 1594, cone, Kriegsakten no. 256, Bd.X,F. S.-S. Arch.

5) Oswald van den Boetzeler aan Gertrud, 6 Juni 1594, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. X, F. S.-S. Arch.

6) Gerardi aan Gertrud, 24 Aug. 1594, orig., Bronckh. Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.

7) Gerardi aan Gertrud, 11 Juni 1594, orig., Bronckh. Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.

8) Johan van Limburg-Stirum aan Gertrud 19, 20 Juni 1594, orig., Kriegsakten no. 256,Bd. X; Gerardi aan Gertrud, 4, 26, 29 Aug., 8, 16 Dec. 1594, 17 Jan. 1595, orig., Bronckh.Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.

9) 29 Juni 1594, cone, en copie van verbaal, opgemaakt door het gericht te Breedevoort,26 Juni 1594, Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.

10) Stadhouders van Munster aan Gertrud, 22 Mrt. 1595 orig., Gertrud aan de stad-houders, 25 Mrt. 1595, cone, Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.

11) 27 Juni 1595, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.