Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
105
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 105

meer dus dan Breedevoort. De bezetting bleef. Op het verzoek vanGertrud aan den Landdag te Zutphen om haar weg te nemen, hadzij ten antwoord gekregen, dat de Landdag hierin niet te beslui-ten had, maar bovendien, dat men niet inzag, dat leden en vazallenvan het vorstendom en graafschap — tot welke 00k zij gerekendwerd — als neutralen konden beschouwd worden. Wei kon zij deophemng van de confiscatie harer goederen te Baer en Lathum ver-krijgen, maar onder voorwaarde, dat zij hare tolheffing te Rijnberkzou laten varen, en niemand dan alleen de Landschap tusschen Does-burg en Bocholt toi zou heffen van de scheepvaart 1). Deze prijs wasechter te hoog 2).

De weg naar de neutraliteit blijkt buitengewoon oneffen te zijn.Men tracht munt te slaan uit de verovering van Groningen doorMaurits: de Koning zal geen prijs meer stellen op het behoud vanBreedevoort. In dezen zin pleit Gerardi bij Verdugo, maar hij voegter aan toe dat, als de Spaanschen neutraliteit zullen verleenen, deSoldaten eerst betaald moeten worden, wil men ze uit de vesting kunnenkrijgen en van de neutraliteit in werkelijkheid genieten 3). In Juli enSeptember 1594 smeekte Gertrud zelve aan Herman graaf van denBergh, koninklijk stadhouder en kapitein-generaal van Gelre en Zut-phen 4), en aan Verdugo om bij Zijne Excellentie 5) in dezen haarvoorspraak te zijn. Laatstgenoemde verklaarde, dat hij niet, door hetongevraagd te geven, zijn advies krachteloos meende te moeten maken,maar bovendien, „que viendra pardeçà en brief avec le secours pourla ville de Groningen (qui marche désjà) un autre supérieur, seroisd'advis, qu'il vous pleust allors négotier cest affaire avec luy" 6) —een hoffelijke manier van afwijzen, zooals Gerardi terecht opmerkt 7).Hornes liet haar weten, dat zij van Staatsche zijde geen goeds te wachtenhad, als de toestand niet veranderde 8). Herman van den Bergh beloofde,moeite te doen bij het Hof 9), maar nu zag Gerardi wel in, dat menzeer veel tact moest gebruiken tegenover de Staten, die wellicht dadelijk

1) De Landdag aan Gertrud, 27 Mrt. 1593, gewaarm. copie, Kriegsakten no. 256,Bd. IX, F. S.-S. Arch.

2) Dr. A. Scheidt, Der Anholter Rhein- und Isselzoll bei Arnhem, Gelre XXVIII,1925, blz. 8.

3) Begin Aug. komen uit Groningen aftrekkende Spaansche Soldaten door de pand-heerlijkheid onder Lockema, Gerardi aan Gertrud, 1 Juni en 7 Aug. 1594; orig., Bronckh.Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.

4) 6 Juli en 23 Sept., conc, Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.

5) 6 Juli en 23 Sept., conc, Kriegsakten no. 256, Bd. X, F. S.-S. Arch.

6) Verdugo aan Gertrud, 14 Juli en 17 Sept. copie, Kriegsakten no. 256, F. S.-S. Arch.Een andere copie zag ik van laatstgenoemden brief door de welwillendheid van Mr. A.P. van Schilfgaarde in het archief van het huis Bergh; deze copie moet bestemd zijn ge-weest voor Herman van den Bergh, aan wien Verdugo tevens (in geheimschrift) schrijftdat, wanneer ze neutraal is, er geen garantie zal zijn, dat de vrouwe van Anholt Breedevoortvoor invallen kan bewaren; in denzelfden zin schrijft hij aan Son Altèze, hertog Ernst.

7) Gerardi aan Gertrud, orig., Bronckh. Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.

8) Bijlage LXX.

9) Gerardi aan Gertrud, 15 Sept. 1594, orig., Bronckh. Korresp. no. 28, F. S.-S. Arch.,vgl. boven, blz. 85 aanm. 1.