Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
77
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1613. 77

legering vorderde". Mocht dit niet gelukken en mochten de Berghschegraven in gevangenschap geraken, dan zou Parma zelf hen opeischen,„dat alsoo de heer van Anholt synen moetwille aen d' selvige niet ensol gebruycken... De gravinne van den Bergh om ontseth schryvende,soo is de graeff van Hollack [Hohenlohe] met eenige Franchoisen endeander crijchsvolk gecommen, maer aleer dat ontseth quam, is de heervan Anholt geschoten, Godt weet hoe, ende aldus is de Stadt Lochumontseth" 1). Aldus Cock.

Cock weet dus niet te verhalen, dat Jakob van Bronckhorst-Batenburginderdaad door moordenaarshand is gevallen. Vrijdag 21 Septemberwerd hij door een kogel getroffen. Dr. Van Veen, die het stuk vanCock uitgaf, acht het waarschijnlijk, dat deze kogel door een moor-denaar is afgeschoten, en vergelijkt de woorden, waarin Van den Berghden dood van Jakob aan het Hof meldt 2). Evenwel geeft deze schijn-heilige brief niet meer zekerheid daaromtrent dan het relaas van Cock;hoewel de schrijver onbetrouwbaar is, moeten wij toch opmerken,dat zijn woorden althans opzet zelfs uitsluiten. Jakob heeft na getroffente zijn nog geleefd; als hij heeft kunnen spreken, wat aan te nemen is,heeft hij toch zelf geen blijk gegeven van vermoeden van moord-aanval. Evenmin zijn er gegevens, waaruit blijkt, dat zijn krijgsmakkersiets dergelijks opgemerkt hebben. En 00k zijn vader en zijn weduwebeklagen zieh daarover, voor zoover ons bekend, niet. Het moet tochonwaarschijnlijk geacht worden, dat een zoodanig welgeslaagde toelegin het geheel zelfs niet vermoed is geworden door de benadeeldepartij. Van den Bergh sprak van „des von Anholtz blutdurstigenauffsatz jegen meinen soenen"; de veronderstelling ligt voor de hand,dat de vijandschap van Anholt tegen de Berghschen bij het beleg vanLochern door Van den Bergh meer is gevreesd dan dat zij Jakobvan Bronckhorst prikkelde tot deelneming aan de belegering.

Zoo vond dan de zoon van den pandheer van Breedevoort zijn einde.In de linkerzijde gewond, is hij op het kasteel te Breedevoort gebrachten aldaar overleden 3), negen en twintig jaren oud. Hij liet drie kinderenna, Dietrich, geboren 24 Maart 1578, Elisabeth, geboren 12 Augustus1579, en Johan Jakob, die zeer kort voor den dood zijns vaders ge-boren is, Februari 1582. Jakob is na zijn dood terstond overgebrachtnaar Anholt en aldaar op Maandag 24 September 1582 bijgezet4).

1) Van Veen, a. w., biz. 238 v. Niet zonder belang is in dit verband, dat in den briefvan Seyno van Dorth — weliswaar reeds van 1 Sept. — van Jakob van Bronckhorst inhet geheel geen sprake is, Van Veen, Episode uit het beleg van Lochern (1582), Gelre VII,1904, biz. 450—452. 2) A. w., biz. 232 en 233, aant. 1.

3) De Landraad aan het Hof, 24 Sept. 1582, Corresp. de Gueldre et de Zutphen,no. 4547, R. A. Brüssel; volgens dit schrijven zou Jakob op Woensdag, dus 19 Sept.,gewond zijn geworden en Vrijdag d. a. v. 's avonds om ongeveer 11 uur overleden; Stadh.Willem van den Bergh aan het Hof, 22 Sept. 1582, Corresp. de Gueldre et de Zutphen,no. 4542, postscriptum.

4) Johann von Raesfeldt von Ostendorf aan Gertrud von Milendonck, condoleantie enverontschuldiging van afwezigheid bij de begrafenis, 23 Sept. 1582, orig., Kriegsaktenno. 256, F. S.-S. Arch.