64 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS HET ANHOLTER PANDSCHAP.
Gelderschen dus wel weten moesten, wat een aanval op Anholt be-teekende i). Door deze daad bewees de hertog, dat ook voor hem,wiens sympathieën niet aan Spaansche en Katholieke zijde lagen 2),deze utilistische politiek, waardoor er kans zou zijn, om het krijgs-rumoer uit de buurt der eigen grenzen te houden, even aanneme-lijk was als den Spaanschgezinden en als streng katholiek bekendstaanden Anholter.
Het kon niet lang meer uitblijven, dat men te Anholt openlijk partijkoos. Dietrich, die den 8sten Maart 1578 als bannerheer van Baerde Unie van Brüssel onderteekend had, liet op de land- en kwartiers-dagen nog geregeld zwarigheid maken door zijn gezanten over dequaestie van den voorrang ter vergadering, een manoeuvre die hemkon helpen om de beslissing ten opzichte van het belangrijkste, datdaar aan de orde was, steeds te verschuiven. Den 4den September1580 schreef hij aan het Kwartier, dat hij niet verscheen, omdat menhem toch voor vijand houdt en als zoodanig behandelt; Anholt schijnttoen namelijk door de Staatschen bezet te zijn geweest; althans menvindt tegen dien tijd, dat besloten is het weder te verlaten, „endeonze eygen bepalingen beseiten", verhaalt d'Ablaing van Giessenburguit de recessen van den Zutphenschen kwartiersdag; en verder: „omdatmen hem als vijand beschouwde, gelijk zijnen zoon den Jonker, dieden isten October van dat jaar 3) vermeld Staat als den vijand [Span-jaard] dienende". Uit hetgeen wij boven verhaalden blijkt ter aan-vulling van d'Ablaing van Giessenburgs mededeelingen en daarmedegeheel strookende, dat deze houding van het Kwartier of van de Statentegenover Dietrich volkomen gewettigd was. Ofschoon den Statentoen nog niets bekend is geweest van de verstandhouding der Anholtersmet Parma, was hun zijn gezindheid toch uit alles duidelijk genoeggeworden. Thans werd er van weerszijden gehandeld: door Jakobin dienst en met hulp van Parma; door de Säten met het doen naderenvan een aanvalsleger tegen Anholt. Men kan niet zeggen, dat Jakobwegens dit laatste dreigen zieh eerst definitief bij de Spaansche zijdeaansloot; en men kan niet aantoonen, dat de Unie thans tot geweldoverging, omdat de geheimen van de gezindheid der Anholters haarbekend waren gemaakt. Maar men had elkander, ook zonder de onsthans bekende feiten te kennen, volkomen juist getaxeerd 4). Hoede toekomst zieh ontwikkelen zou, dat kon men thans berekenen.
1) Bijlagen XXXVIII en XXXIX.
2) Zijn volk en hij zelf neigden tot de Hervorming; hij heeft altijd het Avondmaalonder beide gestalten gebruikt, L. Keller, Die Gegenreformation in Westfalen und amNiederrhein, II. Tl., Leipzig 1887, S. 4.
3) 1580.
4) De houding van Dietrich gedurende den Boerenopstand in de Graafschap in 1579en 1580 had ook reeds doen zien, wat men aan hem had; vgl. J. S. van Veen, Gelre V,biz. 162 vv.; XVI, biz. 64 w.