Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
62
Einzelbild herunterladen
 

62 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

als vertrouwelijk en zeer persoonlijk beschouwen. Wat er in stond,is nooit aan Jan van Nassau of wien dan ook bekend geworden.Dit blijkt uit het feit, dat Jakob nog steeds met een zekere deferentievan deze zijde werd aangesproken, ook straks, als het voortdurend meergaat spannen. Hadden de nader-geünieerden een stuk als dit in handengekregen, dan had zieh hun houding ten opzichte van Jakob — en metvolle recht! — volkomen gewijzigd. Maar de Bronckhorsten, de zoonzoo goed als de vader, beschikten over voldoende diplomatiek talent,wij zagen het reeds, om met de minste kans op schade zieh als niet-vijand aan twee heeren voor te doen.

Ondertusschen duurden de locale krijgsverwarringen voort. OnderWinterswijk moet het bezettingslegertje van Breedevoort in Januari1580 slag geleverd hebben en een nieuwen hopman, Hemmerden,met siecht uitgeruste knechten nam de drost mede in garnizoen,zooals hij zijn meester meldde 1). Dit kan niet dan van zeer tijdelijkenaard geweest zijn; hoofdzaak waren enkele troepen van Bronckhorstzelf, die hij nu ter verdediging van de neutraliteit zijner pandheerlijk-heid onderhield. Jan van Nassau hervatte nog eenmaal de correspon-dentie, waarvan wij boven reeds melding maakten, en wel om debelofte van betaling in te trekken, maar tegelijk te ver klar en, dat ertoch wel voortdurend 20 tot 30 goede soldaten op Breedevoort moestenzijn 2). Ook aartshertog Matthias van Oostenrijk wendde zijn invloedaan om de Bronckhorsten tot toetreding bij de Unie te bewegen ineen persoonlijk schrijven, na een rondschrijven. Hij verweet Dietrichzijn wegblijven o.a. 6 Maart 1580, van de landdagen, daar hij doorzijn „particulière nalatigheid en ongehoorzaamheid" op deze wijzebijdroeg tot het verval des lands. Men wil dit niet langer dulden enbelooft hem ook steun, wanneer hij medewerkt 3).

Scherp komen de twee fronten der politiek van Dietrich uit, alsmen naast den brief van Matthias legt dien van Parma van nog nietdrie weken later, ter begeleiding van de overleggingen met Parma'scommissarissen. De goede gezindheid van den Anholter tegenoverSpanje blijkt hieruit opnieuw en, evenals Jan van Nassau straks,belooft nu Parma hem daadwerkelijken steun 4). Natuurlijk, dat hetjaar 1580, na zulk een inzet, vreeselijk zou worden voor de onderzatenvan een zoo van twee kanten gezochten heer.

Sommigen van de voorname bewoners van Breedevoort, als deJuffrouw van Mervelt en een der Broickhuysens, begonnen allerleibezittingen buiten de grenzen van Breedevoort in veiligheid te brengen,een voorbeeld, dat door anderen weldra werd nagevolgd, terwijl dedrost om spoedige extra-proviandeering zijner veste verzocht 5). Janvan Nassau waarschuwde den pandheer terstond, om zieh niet met

1) 26 Jan. Anno 8 (1580), orig., Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.

2) 23 Febr. 1580, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.

3) Bijlage XXXIII. 4) Bijlage XXXIV.

5) 8 April 1580, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. II, F. S.-S. Arch.