HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 43
29 October 1558, 32 jaren oud zijnde, in het Predikheerenklooster teUtrecht is ingekleed en professie gedaan heeft. Daar is hij geordenden priester geworden. Maar men beschouwt hem daar thans als afvalligen voortvluchtig, omdat hij reeds driemaal is weggeloopen en wegenszijn ongehoorzaamheid gekerkerd is geweest; zijn terugkeer wordtdan 00k niet meer gewenscht. Toestanden als in 1572 te Breedevoortontstonden, moesten wel een bijzonderen invloed verkrijgen op eenman, die reeds zulk een levensloop achter den rug had.
Getuigen à décharge werden op Daniels verzoek door den rechterFrederik Raeshorn te Breedevoort gehoord. Johanna van Dorth,weduwe van Mervelt 1), verklaart, dat Daniels, in den tijd, toen Gisbertvan Heerde te Breedevoort was en daar als drost optrad, bij haar ge-komen was met de klacht, dat deze van hem de uitlevering der kerk-sieraden 2) had geëischt. Zij had hem niet kunnen raden, hoe in dezente handelen. Zij had niet gehoord, dat de pastoor van den kansel heeftgezegd — wat sommigen beweren: — „Laat ons God danken enloven, dat nu de tijd is aangebroken, waarnaar wij verlangd hebben!"Of hij de ceremoniën gewijzigd en de mis niet altijd gelegen had,kon zij 00k niet zeggen. Maar wel had zij eens één van de Soldaten,die daar toen lagen, bijgenaamd de papenverderver, hooren zeggen:„Daar staat die Paap weer met zijn afgodendienst; als hij daarmeeniet wil ophouden, zal ik hem voor het altaar neerschieten. Ik heber al vier doodgeschoten, hij mag de vijfde wezen!" Toen zij kortdaarop zag, dat de papenverderver en verscheidene andere Soldatenmet hun bussen en brandende lonten in de kerk waren gekomen, hadzij dit direct aan den pastoor gemeld en hem gewaarschuwd.
Frederik Raeshorn zelf verklaart, dat Daniels 00k hem om raadgevraagd had in zake Heerde's eisch. Hij had den pastoor daaropgeantwoord, dat men te Aalten en Winters wij k alles uit de kerkenhad weggenomen; dus wat moest men daartegen doen? Tegenovergeweld houdt alle recht op.
De overige getuigen zeggen hetzelfde; den godsdienst had de pastoorniet veranderd; alleen het mis-lezen had hij om de Soldaten, diehem met den dood dreigden, een tijdlang gestaakt. Toen hij bij deuitlevering der „Kirchenparamente" Heerde verzocht, hem nog éénkelk te laten, sloeg deze dat verzoek af met de opmerking, dat hijeen napje zou laten maken, dat best als kelk dienst kon doen 3).
Ondanks deze zeer aannemelijke getuigenverklaringen te zijnengunste, ontving de pastoor bevel van den pandheer, om op 27 Aprilte Anholt ter verantwoording te verschijnen. Hij zag hier gevaar in,wetende dat persoonlijke vijanden en de Prior van zijn eigen orde teZutphen het nu eenmaal op hem gemunt hadden, en ging niet, zieh
1) Vierde dochter uit het huwelijk van Seyno van Dorth en Hendrika van Aeswijn,vrouwe van Varik; zij huwde met Adolf van Mervelt, Gelre III, blz. 89, 90; boven, blz. 17.
2) Kirchenparamente.
3) 27 Jan. 1573, orig., Reg. no. 1243, K. 19, F. S.-S. Arch.