HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1613. 29
van geschut, dan om de verovering van huis en stad te doen is, daarzij nog geen geschut bij zieh, hebben.
Körten tijd scheen net, of Van den Bergh Breedevoort zou latenliggen: hij trok noordwaarts door, regelrecht op Zutphen af, dat dengden Juni veroverd werd. Vandaar zond hij echter zijn eischen naarnet stadje 1). Hij deed dit in naam van den Prins, van wien hij com-missie had ontvangen op 29 April 1572, van den Dillenburg. Hetis bekend, dat de Prins in diezelfde maand aan Jonker Diderik Sonoy,als zijn luitenant voor het Noorderkwartier, commissie gaf 2). Decommissie voor graaf Willem — voor zoover ik weet tot hiertoe nergensgepubliceerd — luidt in hoofdzaak daaraan gelijk. De Prins treedtop als souverein van het prinsdom Oranje en komt den Nederlandenvan koning Philips te hulp om hen van „die Hertouge van Alvenmit synen godtloesen Anhangk" te verlossen 3). Van den Bergh krijgtvoor zijn deel de opdracht om de „steden en landen van Zutphen,der Veluwe, Nymegen ende Overissel, und die darmit by alle wegenund middeln hem mogelick siinde van unsentwegen tot dienste vandie Con. Matt, in tho nemmen". Hij moet de ingezetenen aldaarden eed van trouw doen afleggen „folgentz die forme, die hem ge-geven hebben", en goede correspondentie met den Prins houdenbetreffende alle bijzonderheden, „sonder dat he dieselvige steden offlanden jemandtz sail moegen overleveren in wat naemen dat datwaer, sonder unsen expresse bevehl und consent", waarop Van denBergh zweert. Van deze commissie berust een volledige copie in hetAnholtsche archief, daar sinds de Juni-dagen van 1572 bewaard 4).
De geschiedenis kreeg een kort verloop. Macht om zieh te verwerenhad Breedevoort eigenlijk, zooals wij zagen, niet. Een week na denval van Zutphen deelde de drost aan Dietrich mede, dat de Geuzenalle steden in de Graafschap bezet hadden en dat zij zeker Breedevoorten Anholt 00k zouden nemen, als de pandheer hun wenschen nietvervulde. „Den hope is thoe groit und thoe mechtig, und u Edelh.mugen waell mit dencken, dat all etlich bei den hoep sein, die nichtliever sien en solden, dat sie Anholt eroveren solden. Ick en weetgein untsett. Als ich hoere, die van Wenterschwijck und Alten willenniet kommen waecken, doch mit die van Althen is mitleiden thoehebben, naedem den toieh dairdurch gaat" 5). De naburige dorpen
1) Van den Bergh aan Breedevoort 12 Juni 1572, copie, Kriegsakten no. 256, Bd. I,met het antwoord van de inwoners van Breedevoort daarop, 14 Juni 1572, F. S.-S. Arch.
2) Bor, Van de Nederlantsche oorloghen, Utrecht 1601, fol. 125; de Commissie voorLumey, fol. 133 verso, 134.
3) Vgl. Van Eysinga, Eenige kanten van het internationaal statuut van den wordendenNoord-Nederlandschen Staat, Leiden 1929, blz. 12.
4) Bijlage IV; niet genoemd bij Van Someren, Commissieboek van Prins Willem I,1572, 1573, 1574, in De Navorscher, 1897, blz. 377 w.
5) Omdat het leger daardoor trekt. De meeste hier gebruikte stukken zijn gebundeld:„Abschriebung der vorgelauffner Missiven und Handels, so sich in den KriegslauffenAnno LXXII tusschen den Graven van dem Berge und Heren van Anholtt thoegedragen,dat Huyss, Statt und Ampt Bredefort thom merendeill belangende", Kriegsakten no. 256,Bd. I, F. S.-S. Arch.