Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
2
Einzelbild herunterladen
 

HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

gedacht te mögen worden. Tibus i) namelijk meent uit den tekst vanenkele oorkonden te moeten afleiden, dat de Lohnsche graven hetzuidelijk deel van het gebied (de kerspelen Lohn, Winterswijk, Aalten,Varsseveld, Zelhem en Hengelo) slechts in opdracht van den bisschopvan Munster hadden te besturen, terwijl het noordelijk deel een eigengraafschap zou zijn geweest. Die Munstersche rechten schienen be-vestigd te worden door een oorkonde van 1152, waarbij Godeschalkvan Lohn van bisschop Frederik II van Munster eenige terecht-wijzingen in ontvangst nemen moet over zekere aanmatigingen tenopzichte van de heerschappij („regimen populare" ( !)) over de zesparochiën Lohn, Winithereswic, Aladnon, Versnevelde, Selehem enHenghelo 2). Eerst als hij de Munstersche landshoogheid over dezekerspelen erkend heeft, mag hij ze in leen terugontvangen.

In overeenstemming daarmede ziet 00k Martens van Sevenhovenin zijn Studie over de Heerlijkheid Wisch dat Lohnsche gebied alseen onderdeel van Munster, waar de heeren van Lohn het vrijgraafschap(een koninklijk justitieel ambt) uitoefenden 3). En deze opvattingwerpt een verklärend licht op de vele botsingen tusschen Gelre enMunster, die vooral de i^de en i¿¡de eeuw te zien geven. Doordat degraven van Lohn hunne rechten achtereenvolgens op verschillendeplaatsen aan Gelre afstonden, kwam de graaf van Gelre, die er devolledige hoogheidsrechten wilde uitoefenen, natuurlijk in strijd metMunster, dat er. zijn oude aanspraken wilde handhaven.

Overigens blijft er in de Geldersch-Munstersche verwikkelingenevenals in sommige lotswisselingen van dit grensgebied door de velehiaten tusschen de beschikbare oorkonden veel duisters.

Dit betreft al dadelijk de mededeeling van Slichtenhorst, dat in1167 de Utrechtsche bisschop Godfried van Rhenen te Breedevoorteen burcht heeft gesticht 4). Was dat volgens de kerspelgrenzen feitelijkniet binnen de landspalen van het Lohnsche gebied? Of drong deUtrechtsche machtssfeer hier als een wig in het Lohnsch-Munsterscheterritoir? Wij vernemen het niet.

In elk geval echter duidt dit feit op bevestiging of verdediging vanbezit en zoowel deze handeling van den Utrechtschen kerkvorst alsde administratieve verrichting van zijn Munsterschen collega, vijftienjaren vroeger, mögen wij verstaan als een teeken van de beknelling,waarin de Lohnsche heeren van lieverlede zijn geraakt. Maar voorloopigheeft zulks nog geen gevolgen, ja, weten integendeel de Lohnschedynasten, steunend op den voorsprong en de relaties van hun aloudgravengeslacht, hun onafhankelijke positie niet alleen te herstellen,

1) Gründungsgesch. der Stifter u. s. w. im Bereiche des alten Bisthums Münster, S.1149 ff.

2) Erhard, Regesta Hist. Westf., no. 1786, alsook Sloet, Oorkondenboek van Gelreen Zutfen, no. 300.

3) Zie Gelre XXXIII, blz. 84.

4) Geldersche Geschiedenissen, blz. 88.