HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS HET ANHOLTER PANDSCHAP. 99
dat de bezettingstroepen te Groenlo, staande onder bevel van degraven Johan en Joost van Limburg- Stirum en Bronckhorst, ge-welddaden uitrichtten tegen de boeren, ditmaal voornamelijk in debuurschappen Huppel en Meddo onder Winterswijk. Gertrud klaagt;de graven betuigen hun leedwezen, maar er verändert niets, waaromde pandvrouwe zieh rechtstreeks tot Verdugo wendt, hetgeen de ge-noemde commandanten geweldig kwalijk nenien. Ook daarna is hetechter nog niet uit 1). Anderzijds klaagt de rentmeester van het ambtBocholt over de strooptochten der tusschen Anholt en Breedevoortheen en weer gaande Soldaten, waartegen de bevelen van Gertrudinderdaad vruchteloos blijven 2). Het voortduren van zulke moeilijk-heden was een reden te meer om naar de neutraliteit te streven. Drin-gender werd de noodzakelijkheid daarvan, toen Zutphen en Deventereinde Mei 1591 in handen van de Staatschen geraakten en dezen dusin de gelegenheid waren naar het Oosten te trekken, tengevolgewaarvan misschien Breedevoort het slagveld zou worden.
Hierdoor ontstond aan Duitsche zijde bij enkele heeren het plan,met de Staatschen te onderhandelen. Het zijn Johann Christoph vonWillich, heer van Grondstein, die woont op het slot Hueth bij Bienen(Rees), gehuwd met een nicht van Gertrud en fungeerende als drostvan de Hetter in Kleefschen dienst; Maximiliaan de Hornes, heervan Lokeren, eveneens met Gertrud verwant; en een heer van Bylandt.Zij beroepen zieh er op, dat hun diensten, bewegen aan den koningvan Spanje, blijkbaar vergeten werden, ja, dat hun schaden, in diediensten geleden, niet eens vergoed werden en dat men daarom, nude krijgskansen veranderden, goed zou doen, den raad van prins Mauritste volgen, die voor Gertrud inhield, dat zij neutraliteit bij de Gene-raliteit vroeg, waarvoor — zoo vleiden de heeren haar — zij dan meteenwel weder de beschikking over de nog steeds geconfiskeerde inkomstenvan Baer en Lathum zou ontvangen 3).
Evenwel vraagt de pandvrouwe tezelfder tijd aan Parma te Roermondhulp tegen het mogelijke opdringen der Staatschen naar haar bezit-tingen 4), op welk bewijs van loyaliteit de hertog natuurlijk gunstigantwoordt 5). Wanneer zijn komst aangekondigd wordt, zenden debeambten der heerlijkheid eieren en gevogelte voor den maaltijd vanontvangst naar Anholt 6).
Zooais Gertrud later aan Verdugo schrijft: zij wil neutraliteit voorAnholt en Breedevoort tezamen en tegelijkertijd; niet voor Anholtalleen; en: den Koning wil zij blijven dienen; „en tout événement
i) Brieven van 27, 30 April, 1, 24 Mei, 16 Aug. 1591, Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.
2) Gerhard Steck aan Gertrud, 5 Juli, 7 Aug. 1591, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.
3) Nota van Gertruds vertrouwensman Gottfried Broweiler, 11 Juni 1591, orig.,Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.
4) Bijlage LV. 5) Bijlage LVI.
6) Rekenboek van Gertrud, begin Juli 1591, F. S.-S. Arch.