Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
91
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1562— 1612. 91

dorscht koren, weggevoerd naar Groenlo 1). Dat was al erg genoeg,maar 't ergste is, dat de hoop op vertrek der ruiters, die men al bijnavervuld waande, ijdel bleek; Lacolle zelf komt weder te Groenlo,Verdugo met een groot aantal paarden te Breedevoort, op weg naarWezel 2). Het stond wel spoedig vast, dat de pandheerlijkheid zekerniet vrij van ruiterbezetting zou komen, in ieder geval niet van het mede-betalen aan de te Groenlo gelegerden. Een maandelijksche contributievan 17 stuivers per paard per dag veer 6 paarden was het minimum tebedingen; dat maakte 102 thaler per maand; te betalen aan den „ge-weldigen provoss, capitein de la compagnie, Robledo" te Groenlo.Deze kapitein treedt in elk geval uiterst streng op tegen plunderingen.De pandvrouwe ziet wel aankomen, dat deze contributie niet tijdelijk is,maar gedurende het geheele jaar blijvend geheven zal worden 3). Weldraklom het getal tot 75 paarden. Robledo liet door den drost Thiesseling00k aan de heerlijkheid Borculo, 't ambt Bocholt, het drostambt Ahaus,Vreden, Stadtlohn, Südlohn en Weseke — alle Munstersch — omcontributie verzoeken, waardoor Breedevoort vrij zou kunnen komen,maar wat voor hoop op gunstig antwoord mocht men koesteren 4) ?

Ondertusschen zijn de contributies, door de Staten geëischt, nietminder drukkend 5); strooptochten blijven niet uit, waarbij evenwelschuldigen gevangen gemaakt worden, en die oorzaak zijn, dat de drostgeen Soldaten aan Taxis te Wezel wil afstaan 6). Een maand later ismen doende met een nieuwe aanmonstering, ongeveer in den tijd datTaxis voor Bonn sneuvelde en door Joost graaf van Stirum en Bronck-horst op de Grave bij Wesel als bevelhebber voorloopig vervangenwerd 7). Uit verschillende brieven blijkt, dat de geruchten over vrede,die in dit jaar de ronde deden, 00k in den Achterhoek waren doorge-drongen, en dat men met graagte verdere inlichtingen vroeg. Het zijnvooral hare ambtenaren, die meenen dat de pandvrouwe te Anholter wel meer van zal weten. Holstein, de voogd van Aalten, hoopt,dat zij waarheid bevatten; het Staat er met de boeren zóó voor, datZe er boven op kunnen komen — de oogst Staat prachtig — als hetnu dezen zomer wezenlijk met de oorlogsellende uit zal zijn 8). Men

1) Opgeschreven door xien schrijver van den drost, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII,F. S.-S. Arch.

2) De drost aan Gertrud, 21 en 26 Jan. 1588 en Verdugo aan Gertrud, 26 Jan. 1588,orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VII, F. S.-S. Arch.

3) Brieven van 28 Jan., 29 Jan., 1 Febr., 2 Febr. 1588 tusschen drost en pandvrouwe,Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F. S.-S. Arch.

4) Marckeloeff aan Gertrud, 7 Febr. 1588, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII, F.S.-S. Arch.

5) De voogd van Winterswijk aan Gerardi, orig., Kriegsakten, no. 256, F. S.-S. Arch.

6) Marckeloeff aan Gertrud, 29 en 30 Mrt. 1588, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.

7) Marckeloeff aan Gerardi, 24 April; dez. en Oswald van den Boetzeler aan denz.,26 April; Splinter aan Gertrud, 29 April 1588, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.

8) Holstein aan Gerardi, 15 April en 9 Juni 1588, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VIII,F. S.-S. Arch.; vgl. 00k boven, aanm. 7.