Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
85
Einzelbild herunterladen
 

HET ANHOLTER PANDSCHAP 1563— 1612. 85

te krijgen, daar hij zelf schuld heeft, doch vrouwe Gertrud Staat zeharén schoonvader niet af: zij wil zelve vier à vijfhonderd daalderachterstand afdoen 1).

Onveranderd blijven bovendien steeds de moeilijkheden in zake debezoldiging van de Anholter vendéis. Verdugo, tot wien Gertrud ziehwendt, schrijft haar uit Rhaen 2) terug, dat zijn eigen moeilijkheden,bij veel talrijker troepen, nog grooter zijn, en wil moeite doen, dat deHaultepenne, te Nymegen liggende, de zorg op zieh zal nemen 3).Later deelt hij in een even vriendelijk schrijven uit Groningen mede,dat Parma zelf besloten heeft, „die vors, compaignie wel te doentracteren ofte quartieren assigneren, van dewelcke sy hun onderholtsullen ontvangen" 4). Wij moeten echter wel bedenken, hoe weinigzulk een voornemen helpen kon: de contributieplichtige kwartierenwaren juist volkomen uitgezogen. Een nieuw bewijs daarvan is hetverlof, dat Gertrud zieh genoodzaakt ziet te geven aan de gildemeestersvan de buurschap Miste 5) onder Winterswijk, om markegronden teverkoopen en met de opbrengst daarvan de drukkende leeningen afte doen, die zij in deze oorlogsjaren op zieh hebben moeten nemen 6).Maar plunderend in de Dinxperlosche bosschen van het WitteKlooster te Bocholt 7) en tot in Oosselt onder Doetinchem vallen deBreedevoortsche knechten uit 8) en de drost kan hen niet weer-houden, voor de zooveelste maal de bewoners zelf van het stadje wedergevaarlijk te bedreigen 9). Als de rentmeester Dienberch daarop naarBreedevoort gezonden wordt, om te trachten eenige orde in de wan-toestanden te brengen en geld te leenen, waar dan 00k, weet hij slechtseen droeve schildering te geven van de onmogelijkheid om iets tebereiken 10).

Van den anderen kant wisten Staatsche Soldaten, te Doetinchemin garnizoen, in Dinxperlo de kerkklokken te Stelen en naar Emmerikte brengen, zoodat de vrouwe te Anholt aan de Kleefsche regeering

1) 19 Oct. 1584, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

2) Rhaen, Rhoen, Rönne, de heerlijkheid met gelijknamig huis, tot het huis Anholtbehoorende, lag op den linker Rijnoever, schuin tegenover Rees. Verdugo doelt op debezetting van de Reeser schans; 00k het huis Rönne had toen Spaansch garnizoen.

3) 6 Maart 1585, copie, Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

4) 11 Mei 1585, copie, Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

5) Grenzend aan Breedevoort. Het woord „gildemeesters" beteekent hier buurt-meesters.

6) 20 Juli 1585, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.; in 1589 is de schuldnog niet voldaan, ben., blz. 96, aanm. 6.

7) Weisse Stift aan Gertrud, 1 Febr. 1585, gevolgd door den eisch van de regeering teMunster, waaronder het klooster behoort, aan Gertrud tot schadevergoeding, 15 Febr.1585, orig., Kriegsakten Bd. VI, no. 256, F. S.-S. Arch. Over de aanhouding van eenBocholter paardenhandelaar, voor welke aanhouding Gertrud de schuldige Soldaten hardstrafte, twee brieven, de eerste van den man zelf van 15 April, de tweede van een vijftaloudgediende Soldaten van 22 April 1585, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

8) Burg., schep. en raad van Doetinchem aan den bevelhebber [Adam Blanck] te Anholt,1 Aug. 1585, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

9) De drost aan Gertrud, 25 Oct. 1585, orig. Kriegsakten no. 256, Bd. VI, F. S.-S. Arch.

10) Aan Gertrud, 25 Nov. 1585, orig. Akten Breedevoort, F. S.-S. Arch.