Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
74
Einzelbild herunterladen
 

74 HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

als vijanden zal beschouwen i). De drost van Breedevoort, aan wiendit schrijven gericht was, kon echter weinig uitrichten, zooals nuvoldoende gebleken was. Officieren en manschappen van de vendéis —of het regiment — bestaande uit Duitschers, waarover Schenck com-mandant is, wagen het, hem een dreigenden brief te zenden, waarinzij inlossing zijner beloften om hun te betalen eischen en ten slottehem verdacht maken. Hunnerzijds wellicht terecht; voor Jakob on-verdragelijk, en buitengewoon schadelijk.

De oorsprong van deze nieuwe moeilijkheden voor Anholt is tezoeken bij de boven 2) genoemde verovering van de schans bij Goor.Deelgerechtigd in den buit waren Schenck 3), Jakob van Bronckhorst -Batenburg, hopman Joost de Voocht van Ryneveldt en de opper-kwartiermeester Joost Walraven. De mogelijkerwijze af te persenlosgelden der krijgsgevangenen spelen in deze moeilijkheden de be-langrijkste rol. Ieder der vier genoemde heeren ontving zijn deel aangeschut en officieren, behalve dat Walraven alleen geld zou ontvangenen Schenck geld van de gezamenlijke soldaten zou beuren, waarvanhij zijn deelgenooten moest medegeven. Inderdaad een opeenstapelingvan kansen op twist, daar er overvraagd werd en niet betaald, terwijlvan deze losgelden de troepen weder hun soldij moesten ontvangen.Hoewel Jakob zichzelf tegenover de aanspraak makende knechten enofficieren tracht vrij te pleiten en hen naar Schenck te verwijzen, gelukthet hem niet, van hen af te komen; zij laten hem weten, dat hij nietmet Juristen, maar met soldaten te doen heeft 4) !

In één der hier aangehaalde brieven wordt gesproken van een Engel-schen gezant, die op het kasteel te Breedevoort gevangen lag. Zijngeschiedenis gaat niet minder dan ruim twee jaren terug. Reeds op22 Maart 1580 onderteekent koningin Elizabeth van Engeland eenschrijven aan Jakob van Bronckhorst, waarin zij hem verzoekt dezengezant, Daniel Rogers, uit zijn onverschuldigde gevangenschap vrijte laten 5). Daar komt echter niets van. Want — zooals Seyno vanDorth eerst op 19 Oct. d. a. v. als versch nieuws aan het Hof vanGelderland mededeelt — deze gezant, van Engeland op weg naarden Paltsgraaf Casimir, is door Schencks Blienbeeksche ruiters ge-

1) Orig., 13 April 1582, Kriegsakten no. 256, Bd. IV, F. S.-S. Arch.

2) Biz. 71.

3) Martin Schenck heeft begin Maart met zijn troepen te Boxmeer gelegen, vanwaar uithij de schans aan den Rijn zou aanvallen; hij had de hulp van Haultepenne ingeroepenen vraagt 9 Maart aan Verdugo om 't Anholtsche leger, omdat dit tehuis toch niets kanuitrichten, 9 Maart 1582, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. IV, F. S.-S. Arch.; dit is nietgekomen en Schenck is teruggekeerd.

4) Brieven aan Jakob van Bronckhorst van Schenck, Walraven, soldaten en officieren,7 April —22 April 1582, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. IV, F. S.-S. Arch. Ondertusschen is,naar het Hof aan den Landraad op 6 April 1582 meldt, Martin Schenck te Xanten meteenigen der zijnen gevangen genomen door soldaten van Hohensaxen en naar Gelderngebracht; men vraagt instructie, hoe met deze gevangenen te handelen, Corresp. de Gueldreet de Zutphen, no. 4365, R. A. Brüssel,

5) Bijlage XL III.