Druckschrift 
Het ambt Breedevoort tijdens het Anholter pandschap : 1562 - 1612
Entstehung
Seite
72
Einzelbild herunterladen
 

HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS

bij Goor valt in Spaansche handen en de heer van Anholt deelt inden buit met één kanon i) en één krijgsgevangene, Lubbert Torekvan Hemert. Talrijk zijn de bewaard gebleven berichten, die ons eenbeeld geven van het voortdurend wisselen der krijgskansen, waarbijtegelijkertijd het beeld van de eilende, die de bewoners des landsdaardoor trof, voor onzen geest moet verrijzen. In Friesland lijdende Spanjaarden verliezen en daarop maakt Verdugo aanstalten omnaar deze streken te komen 2). Voor de beide vendéis van Jakob vanBronckhorst, die, naar Willem van den Bergh aan het Hof weet temelden, uit Groenlo en Breedevoort samentrekken op Anholt 3), enwelker hoedanigheid door de siechte bezoldiging er niet op vooruitgaat, stelt Parma thans een contributie-gebied vast, dat verantwoordelijkis voor hun onderhoud, onder gezag van den heer — d. i. hier Jakob —van Anholt en hij voegt aan deze vendéis voetvolk nog 100 beredenmanschappen toe, want het is hem er om te doen, dat zij in staat zullenzijn, dit gebied tegen invallen te verdedigen en den doortocht naarGroningen te beheerschen 4). Reeds in Februari van dit jaar washierom gevraagd door Jakobs commissarissen Peter de Monte enDunsberg in een belangrijk stuk, tot Parma gericht, dat bijzonderhedengeeft over den noodtoestand, waarin Jakob met zijn vendéis begintte geraken en aan het slot de 5 kanonnen van 1572 nog betreurt 5).Merkwaardigerwijze ziet Parma zieh weldra genoodzaakt, door middelvan Haultepenne, Jakob, die zieh beklaagd heeft wegens den overlastdezer nieuw-georganiseerde vendéis, tegen hun optreden te verde-digen, opdat Jakobs goede gezindheid jegens den Koning möge blijvenbestaan 6) ! Als dit niet helpt, zendt Verdugo — die zelf naar Groningentrekt — den luitenant Johan Baptista de Taxis naar Anholt, dat zelfsniet eens door de eigen vendéis beschermd schijnt te kunnen worden,om den vijand uit de omgeving daarvan te verdrijven, al weder opdat

1) Luitenant Adam Blanck aan Jakob van Bronckhorst, ao Juli 1581, orig., Kriegs-akten no. 256, Bd. Ill, F. S.-S. De Landraad verzoekt het Hof om de Spaansche krijgs-gevangenen niet tegen rantsoen los te laten, doch hen vast te houden, opdat men te beterslage in het loskrijgen van de Overijsselsche ridderschappen en raadsvrienden, die opBlienbeek en Breedevoort gevangen zijn, Corresp. de Gueldre et de Zutphen, 19 Aug.1581, no. 4136, R. A. Brüssel. Hierover verder ben., biz. 74.

2) Zie boven, aanm. 1 en Willem van den Bergh aan het Hof, 29 Sept. 1581, Corresp.van het Hof met het kw. v. Zutphen, no. 5950, R. A. te Arnhem.

3) Corresp. v. h. Hof met het kw. v. Zutphen, 2 Oct. 1581, no. 5954, R. A. Arnhem;vgl. bijlage XLIV.

4) 19 Oct. 1581, copie, Kriegsakten no. 256, Bd. Ill, F. S.-S. Arch. Körten tijd hiervoormoet gedateerd worden het verzoek van de manschappen der vendéis aan hun bevelhebber,Jakob van Bronckhorst, 1581, z. datum, orig., Kriegsakten no. 256, Bd. Ill, F. S.-S. Arch.Het kasteel Bronkhorst wordt door de Spanjaarden genomen; Keppel ernstig bedreigd,Corresp. van het Hof met het kw. v. Zutphen, 21 Nov. 1581, nos 5985 en 5986, R. A.Arnhem; Verdugo eischt 00k van Christ. Schenck dat hij op zijn huis Schuylenburchgarnizoen inneme, Corresp. de Gueldre et de Zutphen, 25 Nov. 1581, nos 4238 en 4238*,R. A. Brüssel. Het Hof verzoekt den Landraad om het volk van Willem van Angeren temonsteren en naar Bronkhorst te zenden, 21 Febr. 1582, ib. no. 4327.

5) Bijlage XLI.

6) Bijlage XLII.