HET AMBT BREEDEVOORT TIJDENS
moet zijn allodiale bezittingen aan graaf Ever hard van der Markafstaan, om ze ais leen van dezen terug te ontvangen, en daarbij belovenhet kasteel niet weder te zullen opbouwen, voordat hij van een kruistochtnaar het Heilige Land teruggekeerd is i).
Opgelost zijn de moeilijkheden daardoor echter niet, vooral nietnadat in 1284 door een handeling van den heer van Steinfurt de ver-houdingen ten opzichte van den Breedevoortschen burg er niet een-voudiger op geworden zijn. In dat jaar n.l. wordt de noordelijke helftvan huis en heerlijkheid door Baldewijn van Steinfurt aan den Munster-schen bisschop, Everhard van Diest, bij koop overgedragen 2), zoodatnu twee tegenstrijdige belangen al te dicht met elkaar in contact zijngebracht. Het onvermijdelijk gevolg is een zeer verwarde en lang-durige strijd, waarin meerdere partijen, die nu eens met, dan weertégen elkander te velde trekken, gemengd worden en uit welks verloopwij hier enkel aanstippen, dat in 1303 Herman van Lohn weer in 'tbezit zijner sterkte schijnt geraakt te zijn, wijl ze in dat jaar door denMunsterschen bisschop en graaf Everhard van der Mark op hemveroverd en in gemeenschappelijk bezit genomen wordt 3); dat echtertwee jaren later de Munstersche kerkvorst weer tegen graaf Everhard,die intusschen door Reinald I van Gelder tot stadhouder over Geheen als bewaarder van Breedevoort is aangesteld, te velde trekt endezen uit Breedevoort verdrijft en dat eindelijk graaf Everhard uitweerwraak Munster het stadje Dülmen ontrukt, waardoor weer nieuwerevanches worden uitgelokt, die echter niet tot ontwikkeling komen,doordat nog bijtijds vrede gesloten wordt, waarbij Dülmen aan Munsterverblijft en Breedevoort aan graaf Everhard teruggegeven wordt 4).
Andermaal keeren de zaken echter nog weer ten gunste van Hermanvan Lohn, doordat zijn zwager Wichbold van Holte, bisschop vanKeulen, met een leger voor hem in de bres springt en Everhard weette noodzaken het kasteel aan den rechtmatigen eigenaar in te ruimen 5).
Maar lang mag deze zieh daarin niet meer Verheugen. Hij sterftreeds in 1316 kinderloos en dan verkoopt één zijner erfgenamen, Ottovan Ahaus 6), Breedevoort en Lohn met alle heerlijke rechten voor
1) Wilmans, Westf. Urk. Buch, III, no. 1047. Verder 00k Levold von Northoff, Chronikder Grafen von der Mark.
2) Wilmans, Westf. Urk. Buch, III, no. 1243.
3) In dit verband is vermeldenswaard oork. nr. 17 in Wilm. Westf. Urk. Buch, VII,waarbij blijkt, dat in 1301 de bisschoppen van Munster en Keulen graaf Herman steunbeloofden bij den wederopbouw van zijn Breedevoorter bürg.
4) Zie o.a. H. G. Harkema, De betrekkingen van het bisdom Munster tot de Neder-landen, Gelre VII, blz. 6.
5) Van der Aa, Aardrk. Woordenb., blz. 713 e. v. Vergelijk hiermede 00k Die Mün-sterischen Chroniken des Mittelalters (herausgegeben von Dr. Julius Ficker), bl?. 121,waar Staat, dat „dusse leste Juncker van Loen daerna weder by dat syne quam, do dussebysschop uht den lande verdreven wort".
6) Zijn zusters zoon. Helwich van Vorst, dochter eener andere zuster van Hermanvon Lohn, die mede-erfgename is, wordt daarbij niet gekend, doch is niet bij machte haarprotest voldoende kracht bij te zetten.