Druckschrift 
Dat boeck dat men hiet Fasciculus temporum : in houdende die Cronijcken van ouden tijden Als van dat die werlt ghescapen is Ende van dat Adam ende Eua ; mit die Cronijcken der coninghen van Vranckrijk, van Enghelant, ende van die hertoghen van Brabant, ende van die biscoppen van Utrecht, ende van die greuen van Vlaenderen, van Hollant, van Zeelant, van Henegouwen, van Ghelre, van Cleue, tot huden op den dach toe
Seite
LXVIIr
Einzelbild herunterladen
 

lxvijhh endekettenſij o.dieixende-vatheweleas ſoeentSinte Annahad drie man:nē als joachim,ſalome en̄ cleo-phas en̄ bij eenyghelick wan ſieen dochter en-de worden allemaria gheheten.AnnaꝯzXzIoachimSalome.zTTheo.phas.mariadie moed̓oheſuIo:ſeph.Iheſus.vpriſtusZeb-dub.mariaZebe; diIacoBus. Xdie meere.iohanneb.ewangeliſt ⁊mariaalphæio-alphæus.the l-Eue z z⁊ zdie minreSy-mon.iudæof thadeus ⁊ioſephiuſto.⁊ HyſmeriaHyſmeria had.een man die he-menius hiet.Zacharias.elyzaBeth.johannes.baptiſtaeliud.Emi-men.ſenaauß.elyzabeths broed̓memiliaIiꝯEo zꝯqdꝯ