Druckschrift 
2 (1927) (1093 - 1926)
Entstehung
Seite
239
Einzelbild herunterladen
 

239

UIT JI0EFE1RS „KERK VAN HATTEM."

N° 2076 1516. Maart 10. p. 27. Regeling van een geschil, tot stand gekomen tusschen heer Evert ter Huernecn Herman Tenghnagel, burgemeester van Arnhem. Het liep over een jaarlijksche rente vanzes ponden, gaande uit „den Hert en het steenen huis" er bij gelegen. Voor heer Evert tradenhierbij op: de pastoor en Jan van den Sande, voor Tenghnagel: Wem er van LennepenArnt van Aller. (Richtboek 1478—1550).

N° 2077 1547. Maart 6. p. 38. Burgemeesters, schepenen en raad bekennen en begeeren, ten gunste vanHar rit van Lennep, te geven aan een van zijn zonen, indien hij daartoe bekwaam zijnzou, het eerste vervallen geestelijke beneficium of officium in het gericht en de stad Hattem.6 Maart. (In margine:) „Dit is gegeven & er rit van Lenneps soen Warner, nu tho„Hulsbergen wonende, vicari sacramenti, loco heren Henrick Wicherss".

N°2078 1549. Januari, p. 153. Dyt nabescreven sinnen renthen tot Onsser Liever Vrouwen unddes Hillegen Sacraments Bruederscap jairlix inkomende.

Renthen van der broederscap vurescreven:

Egbert then Sterte uuyt sijn huysAnna Joachims uth oir huysPelgroms huys in DerpElisabeth Kremers erfgenaemenMijn jonekheer van BuckhorstArent van AHar ')

Jasper van I^ynden und BesteWesseltghen ter HoevenHeer Warner BuyterdStat HattemGarrit Oocks huys ^)

Griete van RunenGarrit SmitGasthuys

Heer Jacob van Emps

3

pond

Vz

pond

1

pond

3'A

pond

2

pond

V,

pond

2

pond 9 st.

1

pond

2

pond

2

pond

9

st. br.

1

pond

1

pond

2

pond

1'/,

pond

N°2079 1549. p. 142, 143. Dyt nabeschreven sijnen des Heilleghen Giestes ofteGasthuyses renten bynnen stadt Ilatthem:

Johan Mathissoon, terminus Petri et Martini 4'/! pond.

(etc. etc.),

Keppels huys, (met andere hand 44 olde vleemsche.

geschreven staat hieronder: modo Gerrit van

') Anno 1613 is dit parceel bij Jacob van Lennep affgelooset ende weder angelecht tot het uhrwerck.

2 ) Anno (15)37 den ]5 Mey iss dese renthe afgeloosett doer Thonicss Lambertz, borger van der Etburgh,und iss die hoeftsumme, nemblich viff goldgulden, erlacht in handen Johan van Lennep, borge-meester, die davon sail responderen moten.

(Naar de opgave van den secretaris der stad Henricus Haen in Januari 1549, aanwezig in het archiefte Hattem).