DE VERSAILLES.39XVIII. FABEL.Der Affe Richter.DEr Wolff und Fuchs zancketen mit einander wegen einersehr gefährlichen Sache. Der Affe, so von beyden zumRichter angenommen worden / verwiese beyde zur Straffe / undsagte: Ich kan nicht übel thun / solche zwey schädliche Thierezum Tode zu verurtheilen.IN einer Seite des Beckens sind die Füchse / an der anderndie Wölffe, welche sämptlich Wasser außspeyen. Ein gros-ser Affe sitzet auf einem Lehnstuhl von Brocken der Felsen / ru-het mit den Armen auf den Lehnen / und wirfft Wasser auß.Zu seinen Seiten stehen zween Affen / deren einer einen Stabin der Hand hält / als ein Gerichts-bothe. Der andere scheinetein Schreiber zu seyn, der etwas zu Papier bringt. Beydeschiessen Wasser auß / und machen diesen Brunnen sehr ergetz-lich und angenehm.EL.XVIII. F ABDe Aap tot Regter.En Wolf en een Vos pleyten tegen malkanderen over een seerverwarde saak. De Aap die sy beyde tot haar Regter geno-men hadden, leyde haar beyde een boeten op, en seyde dat hyniet qualijk konde doen om twee soo quaadtaardige beesten testraffen.4An d'eene syde van het bekken staan de Voßen, en aan d'andere sydede Wolven, die alle water uytspuwen. Op de grondt, een groote Aapseer statelyk in een setel van rotzstenen sittende en op sijn Elleboog leu-nende, spuwt water uyt. Aan syn beyde syden staan twee Aapen d'Eenhebbende een roede in de handt als een Deurwaerder, en d'ander schrijftals een Griffier, sy geven beyde water uyt en verschaffen aan dese FonteynXIX. FA-groot vermaak.
Einzelbild herunterladen
verfügbare Breiten