Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
251
Einzelbild herunterladen
 

MARIA VAN ENGELAND.

251

middellijk daarop strenge bevelen, dat iedere hofdame,iedere kamervrouw, iedere dienstmaagd zelfs van onder-geschikten rang, die de ziekte nog niet had gehad, hetpaieis te Kensington, waar zij vertoefde, op staanden voetmoest verlaten. Vervolgens zonderde zij zich eene poozeaf in hare binnenkamer, verbrandde eenige papieren,regelde sommige zaken en wachtte verder haar lot metkalmte af. Een paar dagen van afwisselende hoop en vreesvolgden; maar weldra bleek de toestand hopeloos. Geenoogenblik week Willem van hare legerstede. Het kleineveldbed, dat hem in het leger volgde, stond in de anti-chambre voor hem gereed; maar nimmer legde hij zichneder. Zijn gewone ijzeren zelfbedwang begaf hem geheel;ook in tegenwoordigheid van bedienden liet hij zijnentranen den vrijen loop.Ik was de gelukkigste man terwereld," zeide hij tot Burnett, den bisschop van Salisbury,die met eenige andere hooge geestelijken Maria bijstondin de uiterste uren,en nu ben ik de ongelukkigste! Zijhad geen enkel gebrek. Gij kendet haar wel; maar tochgij kondt niet weten, niemand kon weten, behalve ik zelf,hoe goed zij was." Intusschen voelde Maria met kalmeonverschrokkenheid haar einde naderen. Zij liet zich eenkistje brengen, dat hare belangrijkste papieren bevatte engaf bevel het na haren dood aan den Koning ter hand testellen. Zij ontving het Avondmaal volgens den ritus derAnglicaansche Kerk, wier trouwe dochter zij zich steedshad betoond: maar spoedig daarop begonnen hare krachtenhaar te ontzinken en kon zij nog slechts enkele gebroken