INLEIDING.
Geen vorstenhuis is er in gansch Europa, zoo dikwijlswerd het reeds gezegd, welks geschiedenis, weiks bestaanzeifs zóó innig saamgeweven is met dat van het land enhet volk, waarover het regeert, als dat der Oranje's. Metzijn bloed, door zijnen martelaarsdood heeft Willem I onzenStaat gegrondvest; zijne zonen en kleinzonen hebben zijnwerk voortgezet en voltooid. Door de Oranje's is de strijdom godsdienstige en maatschappelijke vrijheid voor onsvaderland gestreden en gewonnen. De handhaving der vrij-heid van godsdienst en geweten, de opneming der Neder-landsche Republiek in den Statenbond van Europa is devrucht geweest van hunnen arbeid. En niet enkel van be-teekenis voor ons land, van wereldhistorische beteekenis ishun werk geweest. Tot tweemalen toe, in 1572 en 1672,is door hunnen arm niet alleen de onafhankelijkheid beideop godsdienstig en op burgerlijk gebied voor Nederlandgered, maar is ook het staatkundig evenwicht van Europabewaard gebleven. In de zestiende eeuw hebben zij Spanje'sstreven naar de wereldheerschappij voor goed verijdeld enin de zeventiende eeuw hebben zij eenen onoverkomelijkenslagboom opgeworpen tegen het voortdrmgen van het mach-