Druckschrift 
2 (1911)
Entstehung
Seite
246
Einzelbild herunterladen
 

2^6 MARIA VAN ENGELAND.

had doorleefd. Een roerend getuigenis daarvan geeft decorrespondentie der Koningin met freuie van Wassenaarvan Obdam, die aan het slot harer door de gravinBentinck uitgegeven .Ifcmofrcs, is afgedrukt. Onmiddellijkna Maria's vertrek naar Engeiand, nog aan boord van hetjacht, dat haar overvoerde, begonnen, werd die vertrouwe-lijke briefwisseling onafgebroken voortgezet tot weinigemaanden vóór haren dood. Deze freule van Wassenaar vanObdam, de dochter van den beroemden admiraal, had vroegertot de hofhouding der prinses van Oranje behoord, en toenhare genegenheid en haar vertrouwen in hooge mate wetente winnen. Blijkbaar was die ongedwongen omgang methare gewezen der Koningin eene ware verkwikking

in het betrekkelijke isolement van haren hoogen rang inEngeland. Dat freule van Obdam en zoovele anderen uithare oude omgeving haar bleven gedenken met liefde eninnigheid trof haar diep.Het is mij een groot genoegen,dat ik nog betreurd word onder lieden, die ik hoogacht enin een land, dat ik als het mijne beschouw, dat ik uit langegewoonte en om elf jaren van geluk, lief heb, als ware iker geboren, in den Haag; maar aan den anderen kant benik zoo getroffen door uwen brief en door datzelfde verdriet,dat mij zooveel genoegen doet, dat ik soms zoude willen,dat ik minder vrienden had, nu ik er zoo ver van gescheidenben. Maar als u dat genoegen doet, wil ik u wel verzekerendat ik Holland nimmer vergeten zal, noch zijne inwoners."Als gij de Vrouwe van Rosendaa! ziet," heet het in eenenanderen brief,spreekt dan eens samen over mij en als