MARIA VAN ENGELAND.
247
,,Mevrouw van Stirum in den Haag is, gaat dan met haar,,nog eens in gedachten terug naar dien gelukkigen tijd,„toen wij samen werkten op het Loo of op het Huis te„Dieren; toen gij nog mijne waart en toen wij in
„den omtrek die heeriijke rijtoeren en wandeltochten maakten,„die ik toen zoo genoot en die ik nu meer betreur dan gij„u denken kunt." „Ik zal dezen brief nu maar eens begin-„nen," schrijft zij een andermaal met lichten scherts, nadatzij in vorige brieven zich had moeten verontschuldigen overlangdurig zwijgen, „door evenals de kleine kinderen, die„zich zelven prijzen, te zeggen &M MM M?'<% (de
woorden staan in den oorspronkelijken tekst in het Hol-landsch). „De gravin van Derby, eene nicht van Mevrouw„van der Lek, kent zeer goed Hollandsch en ik spreek het„dikwijls met haar," schrijft zij elders met zichtbaren trots.
De meeste dezer brieven werden geschreven op Hampton-court, een landhuis door kardinaal Wolseley op groote schaalaangelegd, sedert kroondomein geworden, maar verlatendoor de Stuarts, die er zelden verblijf hielden, terwijl KoningWillem er zich toe aangetrokken gevoelde om de zuiverelucht, zoo verschillend van den Londenschen nevel, die eenlangdurig verblijf in de hoofdstad voor zijne zwakke longenondoenlijk maakte. Daar paleis en park onder de vorigeregeering zeer verwaarloosd waren, viel er veel te bouwenen te planten, wat beiden Willem en Maria eene welkomeuitspanning was. De zalen en gangen werden door Willemkostbaar versierd met cartons van Rafaël en andere grootekunstschatten, teekeningen en schilderstukken uit de oude